Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/5.4.3
5.4.3 Indirecte uitbreiding van de accountantsverklaring
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS609843:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Nederlandse Corporate Governance Code 2016 p. 11, bpb 1.1.4, bpb 1.4.2. In lijn met deze bepaling doet de AFM in de door haar uitgevoerde verkenning van kwetsbaarheden in de structuur van de accountancysector het voorstel om het bestuur van de gecontroleerde onderneming te verplichten zich jaarlijks expliciet uit te spreken “dat hun interne beheersing ten aanzien van verslaggevingsrisico’s betrouwbaar is” (AFM 2018e, p. 46). Voor beursvennootschappen voegt het AFM voorstel weinig toe aan de huidige rechtspraktijk.
Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen, PbEU 2014, L 330.
Kamerstukken II, 2015/16, 34383, 3. Het Besluit Bekendmaking niet-financiële informatie bevat de nadere voorschriften voor het opnemen van niet-financiële informatie.
Stb. 2016, 559.
Zie Stb. 2017, 100.
Zie Stb. 2017, 100.
Everts en El Harchaoui zijn voorstander van geïntegreerde verslaggeving en betogen dan ook dat de maatregelen uit het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie een mooi startpunt bieden voor bevordering van informatieverstrekking, Everts en El Harchaoui 2017, p. 408.
Naast financiële gegevens wordt, in steeds grotere mate, transparantie van de vennootschap verwacht over een reeks van niet-financiële onderwerpen. Zie over de ontwikkelingen inzake het openbaar maken van niet- financiële informatie met verdere verwijzingen, Eijkelenboom en Oost 2018, p. 161.
Art. 2:393 lid 3 BW. Uit de definitie van art. 2:361 lid 1 BW volgt dat onder het begrip jaarrekening wordt verstaan: “de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt.”
In lijn hiermee betogen Kamp-Roeland en Ten Brink dat de relevantie van de accountantscontrole van de jaarlijkse verslaggeving door de uitbreiding ervan ook bevordert, Kamp-Roeland en Ten Brink 2017, p. 259. Zie voorts Standaard 720 NV COS over de wijze waarop de accountant de niet-financiële informatie in de accountantsverklaring dient op te nemen.
Naast de uitbreidingen in wet- en regelgeving die direct op de accountantsverklaring zijn terug te voeren zijn er ook indirecte uitbreidingen van de controlewerkzaamheden die invloed hebben op de accountantsverklaring. Zo dient het bestuur van een beursgenoteerde vennootschap op grond van de bepalingen uit de Corporate Governance Code in haar bestuursverslag onder meer in te gaan op de opvolging van de principes en best practices bepalingen uit de Code, de bestuursvisie op de langetermijnwaardecreatie en dient het bestuur verantwoording af te leggen over eventuele belangrijke tekortkomingen in de interne risicobeheersings- en controlesystemen.1 De wijziging van art. 2:391 lid 5 BW die voortvloeide uit de implementatie van Richtlijn 2014/95/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen2 creëerde in Nederland de wettelijke grondslag voor het opnemen van een niet-financiële verklaring bij het bestuursverslag.3 Tevens vloeit uit Richtlijn 2014/95/EU voort dat grote beursvennootschappen inzicht dienen te geven in het diversiteitsbeleid dat zij voeren met betrekking tot het bestuur en het toezichthoudend orgaan. Met de voorschriften uit het Besluit Bekendmaking diversiteitsbeleid wordt hier uitvoering aan gegeven.4
Naast financiële gegevens wordt, in steeds grotere mate, transparantie van de vennootschap verwacht over een reeks van niet-financiële onderwerpen. Met inwerkingtreding van het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie dienen grote OOB’s5 in het bestuursverslag vanaf boekjaar 2017 niet-financiële informatie op te nemen.6 Deze niet-financiële informatie dient onder meer het bedrijfsmodel, het beleid en de resultaten ervan voor bijvoorbeeld eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping, alsmede de voornaamste risico’s die samenhangen met het beleid. Tevens dient aandacht te zijn voor niet financiële-prestatie indicatoren.7 Door zowel financiële als niet- financiële informatie in de verslaggeving op te nemen ontstaat een actueel en alomvattend beeld van de onderneming. Diverse auteurs wijzen op de verwachte positieve gevolgen van integrale verslaggeving voor het versterken van het maatschappelijk vertrouwen, het bijdragen aan eerlijkere en duurzamere concurrentieverhoudingen en het mitigeren van reputatie en compliance-risico’s.8
Deze recente ontwikkelingen in (Europese) wet- en regelgeving resulteren in een vergroting van de hoeveelheid financiële en niet-financiële informatie die jaarlijks publiek beschikbaar dient te worden.9 Deze informatie dient door het bestuur van de controleplichtige onderneming in het bestuursverslag te worden opgenomen. De controle van de accountant op grond van art. 2:393 BW ziet op de jaarrekening. De accountant onderzoekt of de jaarrekening het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht geeft alsmede of de jaarrekening aan de wettelijke vereisten voldoet.10 Voorts gaat de accountant op grond van art. 2:393 lid 3 BW na of het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening, is opgesteld overeenkomstig titel 9 van Boek 2 BW en of het bestuursverslag in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden bevat. De accountant gaat ook na of de in art. 2:392 lid 1 onderdelen b t/m f BW vereiste gegevens zijn toegevoegd aan de jaarrekening en het bestuursverslag. In de accountantsverklaring geeft de accountant op grond van art. 2:393 lid 5 sub f BW een oordeel over de verenigbaarheid van het bestuursverslag met de jaarrekening. De reikwijdte van de controle wordt in strikte zin door aanvullende wettelijke vereisten aan het bestuursverslag niet vergroot. Wel neemt de omvang van de accountantsverklaring (in ieder geval in figuurlijke en mogelijk ook letterlijke zin) toe door de uitbreiding van de vereisten uit art. 2:393 lid 5 BW.11 Het oordeel van de accountant over het bestuursverslag in de accountantsverklaring is immers gebaseerd op een omvangrijker bestuursverslag.