V-N 2020/23.21
Voor BTW-belastingplicht is volgens A-G HvJ EU rechtsbevoegdheid bepalend
HvJ EU 23-04-2020, ECLI:EU:C:2020:310, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws (Valstybinė mokesčių inspekcija (Accord d'activité commune), Valstybinė mokesčių inspekcija (Contrat d'activité commune))
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
23 april 2020
- Zaaknummer
C-312/19
- Conclusie
A-G HvJ EU Kokott
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Roepnaam
Valstybinė mokesčių inspekcija (Accord d'activité commune)
Valstybinė mokesčių inspekcija (Contrat d'activité commune)
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS199899:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2020:711, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 16‑09‑2020
ECLI:EU:C:2020:310, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 23‑04‑2020
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat een BTW-belastingplichtige rechtsbevoegdheid moet bezitten. Dit houdt in dat hij in staat moet zijn rechtsbetrekkingen aan te gaan, de BTW op een factuur moet kunnen vermelden en innen op basis van de afgesproken prijs.
Samenvatting
XT en zijn zakenpartner Y sluiten begin 2010 een maatschapsovereenkomst om samen te werken aan de bouw van residentieel vastgoed in of rond Vilnius. Zij schaffen daartoe gezamenlijk een perceel grond aan dat op naam van XT wordt geregistreerd. Eind 2010 krijgt XT toestemming van de gemeente om vijf gebouwen te realiseren. In december 2010 besluiten XT en Y ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.