HR, 06-12-2016, nr. 16/00672
ECLI:NL:HR:2016:2775, Cassatie: (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
06-12-2016
- Zaaknummer
16/00672
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2016:2775, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 06‑12‑2016; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1211, Gevolgd
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2015:5817, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
ECLI:NL:PHR:2016:1211, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑10‑2016
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:2775, Gevolgd
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2017-0021
Uitspraak 06‑12‑2016
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Ontbreken pleitnotities, die in het p-v tz. zijn genoemd. N.a.v. een door de raadsman op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer HR gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat de pleitnotities niet meer beschikbaar zullen komen. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
Partij(en)
6 december 2016
Strafkamer
nr. S 16/00672 J
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2015, nummer 23/001510-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2015 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, aangezien de door de raadsvrouwe bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnotities zich niet bij de stukken van het geding bevinden.
2.2.
Blijkens het proces-verbaal van voormelde terechtzitting heeft de raadsvrouwe van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:
"De verdachte en de raadsvrouw voeren het woord tot verdediging. De raadsvrouw doet dit aan de hand van haar pleitnotities, die door haar aan het hof worden overgelegd en waarvan de inhoud als hier ingevoegd geldt."
2.3.
De in genoemd proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Naar aanleiding van een door de raadsman op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer Hoge Raad gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnotities niet meer beschikbaar zullen komen.
2.4.
Nu bedoelde pleitnotities ontbreken, valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan de in de bestreden uitspraak genoemde. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
2.5.
Het middel is gegrond.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2016.
Conclusie 25‑10‑2016
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Ontbreken pleitnotities, die in het p-v tz. zijn genoemd. N.a.v. een door de raadsman op de voet van art. IV lid 3 van het Procesreglement Strafkamer HR gedaan verzoek is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat de pleitnotities niet meer beschikbaar zullen komen. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
Nr. 16/00672 J Zitting: 25 oktober 2016 | Mr. G. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] |
De verdachte is bij arrest van 22 september 2015 door het gerechtshof Amsterdam wegens 1 "bedreiging met zware mishandeling" en 2 "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen", veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsdiair 20 dagen jeugddetentie en jeugddetentie van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met een bijzondere voorwaarde zoals in het arrest omschreven.
Namens de verdachte heeft mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2015 nietig is, aangezien de door de raadsvrouw bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2015 is aldaar door de raadsvrouw van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van haar pleitnotities die door haar aan het hof zijn overgelegd.
De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 15 april 2016 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de griffier van het hof bij brief van 22 april 2016 de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities in het ongerede zijn geraakt en niet meer kunnen worden aangeleverd.
Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan waarvan uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG