NJB 2018/653
Afwijzing verzoek tot aanhouding dat voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouwe van de verdachte per e-mailbericht is gedaan in verband met haar verhindering vanwege een gelijktijdig plaatsvindende raadkamer gevangenhouding van een gedetineerde cliënt in een andere zaak: een verzoek van de verdachte om uitstel van de behandeling als bedoeld in art. 278 lid 3 Sv moet ter terechtzitting worden beslist, nadat het Openbaar Ministerie omtrent dat verzoek is gehoord. Een en ander neemt niet weg dat om praktische redenen door (de voorzitter van) het gerecht reeds voorafgaande aan de terechtzitting aan degene die om aanhouding verzoekt kan worden kenbaar gemaakt wat het voorlopig oordeel van het gerecht omtrent het verzoek is. De uiteindelijke beslissing dient evenwel steeds ter terechtzitting te worden genomen en in het proces-verbaal van die terechtzitting te worden vastgelegd. In casu heeft de voorzitter van het hof ter terechtzitting alleen medegedeeld dat een door de raadsvrouwe van de verdachte gedaan verzoek om aanhouding van de behandeling van de zaak voorafgaand aan de terechtzitting is afgewezen. Dit verzuim van het hof om ter terechtzitting te beslissen heeft nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak tot gevolg
HR 13-03-2018, ECLI:NL:HR:2018:330
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 maart 2018
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
16/03369
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:330, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑03‑2018
ECLI:NL:PHR:2017:1585, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑12‑2017
- Wetingang
Essentie
Afwijzing verzoek tot aanhouding dat voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouwe van de verdachte per e-mailbericht is gedaan in verband met haar verhindering vanwege een gelijktijdig plaatsvindende raadkamer gevangenhouding van een gedetineerde cliënt in een andere zaak: een verzoek van de verdachte om uitstel van de behandeling als bedoeld in art. 278 lid 3 Sv moet ter terechtzitting worden beslist, nadat het Openbaar Ministerie omtrent dat verzoek is gehoord. Een en ander neemt niet weg dat om praktische redenen door (de voorzitter van) het gerecht reeds voorafgaande aan de terechtzitting aan degene die om aanhouding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.