AB 2018/140
Parkeerbelasting. Parkeervergunning. Met betrekking tot de parkeervergunning is sprake van een concretiserend besluit van algemene strekking.
RvS 11-10-2017, ECLI:NL:RVS:2017:2748, m.nt. H.E. Bröring
- Instantie
Raad van State
- Datum
11 oktober 2017
- Magistraten
Mrs. H.G. Lubberdink, B.P. Vermeulen, J.Th. Drop
- Zaaknummer
201605368/1/A3
- Noot
H.E. Bröring
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS928660:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Staatsrecht / Wetgeving
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2017:2748, Uitspraak, Raad van State, 11‑10‑2017
- Wetingang
Art. 8:3 aanhef en onder a Awb; art. 2, 3, 4 Parkeerverordening Leiden 2015; art. 4, 7 Verordening parkeerbelastingen Leiden 2015
Essentie
Een van de besluiten valt te splitsen in twee onderdelen: een onderdeel over de invoering van fiscaal parkeren en een onderdeel over de invoering van een vergunningstelsel. Dit laatste onderdeel impliceert een (appellabel) concretiserend besluit van algemene strekking.
Samenvatting
Naar het oordeel van de Afdeling valt besluit I te splitsen in twee onderdelen, te weten een onderdeel dat betrekking heeft op de invoering van fiscaal parkeren, dat zijn grondslag vindt in art. 7 Verordening Parkeerbelastingen en een onderdeel dat betrekking heeft op de invoering van een vergunningstelsel. Dit laatste onderdeel vindt zijn grondslag in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.