Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/2.3.6:2.3.6 Autocratische, judiciële en democratische reorganisatieprocedures
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/2.3.6
2.3.6 Autocratische, judiciële en democratische reorganisatieprocedures
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192643:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tollenaar 2014.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
28. Tollenaar heeft drie governancemodellen binnen (pre-)insolventieprocedures onderscheiden: het autocratische, democratische en judiciële model. Deze drie modellen scoren verschillend op de schaal van ‘mogelijkheid tot waardebehoud’ en ‘integriteit van de procedure’. In de praktijk zijn veel procedures overigens mengvormen van twee of zelfs drie modellen.
In een autocratisch governancemodel ligt de beslissingsmacht in de handen van één instantie, bijvoorbeeld een curator. Deze partij heeft de mogelijkheid snel te handelen. De autocraat hoeft voordat hij over gaat tot handelen niet eerst de crediteuren te raadplegen. Hij kan volstaan met het achteraf afleggen van verantwoording. Een dergelijk systeem heeft als voordeel dat de autocraat flexibel is en snel kan handelen, zonder dat al te veel partijen daarvan op de hoogte hoeven te worden gesteld. Daarmee is de kans op waardebehoud het grootst, maar hebben de crediteuren weinig invloed.
In een judicieel proces beslist de rechter uiteindelijk over belangrijke punten. Een rechterlijk proces is, vergeleken bij een autocratisch proces, minder snel en gaat bovendien met meer openbaarheid gepaard. Crediteuren hebben meer inspraakmogelijkheden, omdat zij gehoord kunnen worden tijdens het proces.
Een democratisch model legt de beslissingsmacht in handen van de crediteuren. Dat model leidt dus tot een hoge score op de integriteitsschaal, maar gaat met de nodige formaliteiten en vertraging gepaard. Het risico dat de waarde van de onderneming in de tussentijd vervliegt, is echter reëel.1
Een akkoordproces is deels democratisch, deels judicieel van aard. Nadat de vermogensverschaffers zich over het voorgestelde plan hebben kunnen uitlaten, is een gang naar de rechter noodzakelijk om te bezien of het akkoord redelijk is en kan worden opgelegd aan tegenstemmende (klassen van) vermogensverschaffers.