NJ 1936/96
Verzoek van iemand, te wiens behoeve aan den later gefailleerden Notaris M. een zeker bedrag was gegireerd met opdracht dit aan verzoeker uit te betalen, dit bedrag niet tot de activa te rekenen en het ter beschikking van verzoeker te stellen, door R.-C. geweigerd, door Rechtb. toegewezen. Beschikking Rechtb. vernietigd, die van R.-C. bevestigd.
HR 03-10-1935, ECLI:NL:HR:1935:199 (Coert/Van Breen)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 oktober 1935
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, van Gelein Vitringa, Polak, de Menthon Bake, Servatius
- Zaaknummer
[03101935/NJ_1936-96]
- Conclusie
Mr. Besier
- Roepnaam
Coert/Van Breen
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1935:199, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑10‑1935
- Wetingang
(Fw art. 69.)
Essentie
Verzoek van iemand, te wiens behoeve aan den later gefailleerden Notaris M. een zeker bedrag was gegireerd met opdracht dit aan verzoeker uit te betalen, dit bedrag niet tot de activa te rekenen en het ter beschikking van verzoeker te stellen, door R.-C. geweigerd, door Rechtb. toegewezen. Beschikking Rechtb. vernietigd, die van R.-C. bevestigd.
Samenvatting
Het verzoekschrift had ten doel langs den weg van art. 69 Fw. een aan verzoeker (gerequestreerde in cassatie) persoonlijk toekomend recht tegen den boedel geldend te maken. Dit voorschrift is echter alleen gegeven om onder meer den schuldeischers invloed toe te kennen op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.