De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.3.6:16.3.6 Wisselingen in het bestuur als drukmiddel
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.3.6
16.3.6 Wisselingen in het bestuur als drukmiddel
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS364881:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook par. 8.3.3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hetgeen in de voorgaande paragrafen werd besproken, heeft in de praktijk grote gevolgen, met name als de bestuurders ook aandeelhouders zijn. Het mag zo zijn dat ook buiten de enquêteprocedure het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming leidend moet zijn voor bestuurder, in de praktijk ervaren bestuurders (tevens aandeelhouders) dat de vennootschap “van hen” is en dat zij zelf mogen bepalen hoe zij het bestuur vormgeven. Het tijdelijk aanstellen van een bestuurder confronteert hen ermee dat het belang van de vennootschap niet gelijkgeschakeld kan worden aan de wensen van de bestuurders/aandeelhouders. Door bemoeienis van de ondernemingskamer met de samenstelling van het bestuur verliezen zij hun grip op de vennootschap (zie daarover ook par. 16.5.2). Voor bestuurders/aandeelhouders kan het heel verelend zijn. Vooral als zij zich sterk identificeren met “hun” onderneming.
Voor degenen, aan wie dergelijke gevolgen in het vooruitzicht worden gesteld door middel van (de dreiging van) een verzoekschrift, is dit niet zelden beangstend. Aldus bezien is een enquêteverzoek een drukmiddel. Het leidt soms tot het besef dat dat de belangen van anderen, bijvoorbeeld minderheids-aandeelhouders, niet zomaar kunnen worden genegeerd en dat een gedragsaanpassing nodig is om ingrijpen door de ondernemingskamer af te wenden. In het beste geval leidt dit ertoe dat de bereidheid om de andere uit te kopen toeneemt.1
Het dreigement met het verzoek is soms niet voldoende. Een daadwerkelijke ingreep is dan nodig vóórdat er voldoende bereidheid tot een gedragsverandering is. Ingrijpen in het bestuur kan er daarom aan bijdragen dat het achterliggende probleem wordt opgelost en niet alleen de symptomen daarvan (slecht bestuur) worden verholpen. Dit is mijns inziens het belangrijkste nut van de desbetreffende (onmiddellijke) voorzieningen.