FED 2015/7
Raad voor Rechtsbijstand moet toevoeging afgeven voor verzetdagvaarding in versneld invorderingsgeschil; aanvraag niet kennelijk van elke grond ontbloot
RvS 29-10-2014, ECLI:NL:RVS:2014:3887, m.nt. J.J. Vetter
- Instantie
Raad van State
- Datum
29 oktober 2014
- Magistraten
Van Ettekoven
- Zaaknummer
201402597/1/A2
- Noot
J.J. Vetter
- JCDI
JCDI:ADS273757:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2014:3887, Uitspraak, Raad van State, 29‑10‑2014
- Wetingang
Essentie
Raad voor Rechtsbijstand moet toevoeging afgeven voor verzetdagvaarding in versneld invorderingsgeschil; aanvraag niet kennelijk van elke grond ontbloot
Samenvatting
De Raad voor Rechtsbijstand wijst ten onrechte een aanvraag voor een toevoeging voor rechtsbijstand voor een verzetdagvaarding als bedoeld in art. 17 Invorderingswet 1990 af; de aanvraag is volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State niet kennelijk van elke grond ontbloot. Uit het arrest van de Hoge Raad van 31 januari 1992 (ECLI:NL:HR:1992:ZCO0487, NJ 1992/788) volgt dat de burgerlijke rechter bij de beoordeling van de rechtmatigheid van invorderingsmaatregelen van de ontvanger kan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.