Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.5.1
11.5.1 Ruim bereik § 30 GmbHG
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404645:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
“Als “Auszahlung” bezeichnet der Gesetzgeber den Vermögenstransfer an einen Gesellschafter, der eine Verminderung des GmbH-Vermögens (“Entreicherungskomponente”) bei entsprechender Vermögensmehrung zugunsten des Gesellschafters (“Bereicherungskomponente”) zur Folge hat.” Fleischer & Goette 2010, § 30, nr. 126.
Het BGH overwoog in 1995: “Ob im Einzelfall ein normales Austauschgeschäft oder eine verdeckte Ausschüttung von Gesellschaftsvermögen vorliegt, richtet sich danach, ob ein gewissenhaft nach kaufmännischen Grundsätzen handelnder Geschaftsführer das Geschäft unter sonst gleichen Umständen zu den gleichen Bedingungen auch mit einem Nichtgesellschafter abgeschlossen hätte, ob die Leistung also durch betriebliche Gründe gerechtfertigt war.” BGH 13 november 1995, II ZR 113/94. Zie ook Wicke 2011, § 29, nr. 22.
Lutter/Hommelhoff 2009, p. 678. De vaststelling dat sprake is van een verkapte winstuitkering is niet alleen relevant in het licht van § 30 GmbHG, maar tevens in het kader van de Treuepflicht die aandeelhouders jegens elkander in acht hebben te nemen en voor de fiscale behandeling van de vermogensonttrekking, zie Roth & Altmeppen 2012, § 29, nr. 60-64.
Zie par. 11.5.3.3 hierna.
Zo heeft het BGH overwogen: “Eine nach § 30 GmbHG verbotene Schmälerung von Stammkapital kann auch in der Stündung des Kaufpreises für veräußertes Gesellschaftsvermögen liegen.” (BGH 21 september 1981, II ZR 104/80, BGHZ 81, 311).
Zie BGH 20 maart 1986, II ZR 114/85, NJW 1986, 1293.
Hoewel § 30 GmbHG spreekt van “ausgezahlt”, blijkt uit een bestendige reeks jurisprudentie van het BGH dat de bepaling van toepassing is op een grote verscheidenheid van transacties tussen de vennootschap en haar aandeelhouders.1 Ook transacties die geen overdracht van liquide middelen of goederen behelzen, kunnen kwalificering als ‘betaling’ in de zin van § 30 GmbHG. Evenmin hoeft sprake te zijn van een formele uitkering waaraan een aandeelhoudersbesluit ten grondslag ligt. Om te bepalen of een transactie tussen de vennootschap en een aandeelhouder kwalificeert als een verkapte uitkering (verdeckte Gewinnausschüttung), dient de vraag te worden beantwoord of een redelijk denkende bestuurder de transactie tegen gelijke voorwaarden had verricht met een onafhankelijke derde, zodat de betaling vanuit bedrijfseconomisch perspectief gerechtvaardigd was.2 Als de vennootschap een transactie met een aandeelhouder verricht tegen niet-marktconforme voorwaarden ten gunste van de aandeelhouder, mag deze verkapte uitkering de grenzen van § 30 GmbHG niet overschrijden.3 Men denke aan de koop van een aan de aandeelhouder toebehorend goed tegen een prijs die boven de marktwaarde van het goed ligt, of de situatie waarin de vennootschap een schuld van een aandeelhouder aan een derde voldoet. Managementvergoedingen kunnen tevens (onder bepaalde omstandigheden) als verkapte winstuitkering worden aangemerkt. Ook als de vennootschap zekerheid stelt ten behoeve van een derde voor een schuld van de aandeelhouder, kan sprake zijn van een uitkering.4 Het BGH heeft overwogen dat zelfs een door de vennootschap aan een aandeelhouder verleend uitstel van betaling kan kwalificeren als uitkering in de zin van § 30 GmbHG.5 Van een uitkering ex § 30 GmbHG kan tevens sprake zijn als een betaling weliswaar niet direct aan een aandeelhouder wordt verricht, maar aan een met de aandeelhouder verbonden (rechts)persoon.6