Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1162
Art. 408 lid 1 Sv. Niet verontschuldigbare overschrijding van de appeltermijn.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1523
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
23/04235
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1523, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:975, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑08‑2024
- Wetingang
Art. 408 lid 1 Sv
Essentie
Art. 408 lid 1 Sv. Het oordeel van het hof dat de appeltermijn is overschreden en dat deze overschrijding niet verontschuldigbaar is nu de verdachte het rechtsmiddel niet zo spoedig mogelijk heeft ingesteld, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de overschrijding van de termijn voor het instellen van het hoger beroep niet verontschuldigbaar is.
De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit moet gebeuren. Die termijnen zijn van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.