Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/5.3.4
5.3.4 Terugvordering door het bestuur van de NEa
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS604570:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 53 lid 4 Verordening (EU) 389/2013.
Artikel 16.35c lid 2 Wm. Mij zijn geen praktijkvoorbeelden bekend waarin een dergelijk dwangbevel is opgelegd. In ieder geval is er geen rechtspraak over (gezocht op www.rechtspraak.nl geraadpleegd op 10 februari 2017). Op de website van de NEa en in de daar verkrijgbare jaarverslagen over 2013, 2014 en 2015 is er evenmin informatie over te vinden (www.emissieautoriteit.nl geraadpleegd op 10 februari 2017).
Een beroep op artikel 70 lid 4 jo lid 5 Verordening (EU) 389/2013 zal evenmin uitkomst bieden, aangezien deze bepaling slechts in de mogelijkheid tot terugdraaiing voorziet bij onopzettelijk of per vergissing toegewezen emissierechten.
Zie Van Angeren, in: T&C Wet Milieubeheer, artikel 16.35c Wm, aant. 3 (online, laatst geraadpleegd op 6 oktober 2016).
In het verlengde van de opschorting, ligt de terugvordering van teveel verleende emissierechten. Artikel 16.35c Wm bevat een terugvorderingsregeling. Het is de vraag hoe deze regeling zich met de Verordening verhoudt. Artikel 53 lid 4 Verordening (EU) 389/2013 bepaalt hieromtrent:
‘De centrale administrateur moet ervoor zorgen dat een exploitant teveel ontvangen emissierechten kan overdragen naar de EU-toewijzingsrekening als de centrale administrateur de nationale toewijzingstabel van een lidstaat krachtens artikel 52, lid 2, heeft gewijzigd om deze te corrigeren voor het feit dat de exploitant teveel emissierechten toegewezen heeft gekregen, en als de bevoegde autoriteit de exploitant heeft verzocht het overschot aan emissierechten terug te boeken.’1
Deze bepaling bevat twee eisen:
de toewijzingstabel moet zijn gewijzigd;
de exploitant moet zijn verzocht het teveel aan toegewezen emissierechten terug te boeken.
De bepaling bevat evenwel geen verplichting voor de exploitant om daadwerkelijk tot deze overdracht over te gaan.
Artikel 16.35c Wm regelt dat verleende emissierechten die door een wijziging in het toewijzingsbesluit onterecht blijken te zijn verleend, kunnen worden teruggevorderd van de drijver door het bestuur van de NEa. Bij onvoldoende emissierechten kan een gelijkwaardige geldsom worden gevorderd.2 De emissierechten, dan wel een daarmee gelijkwaardige geldsom, kan bij dwangbevel worden teruggevorderd.3
Met name de bevoegdheid om emissierechten bij dwangbevel terug te vorderen lijkt op gespannen voet met de Verordening te staan. De Verordening biedt in artikel 53 lid 4, hierboven geciteerd, de mogelijkheid tot het overdragen door de exploitant van teveel ontvangen emissierechten, maar geen verplichting tot deze overdracht.4
Toch is de terugvordering bij dwangbevel verdedigbaar. Het dwangbevel levert namelijk geen verplichting de broeikasgasemissierechten over te dragen, in die zin dat een exploitant/drijver weigerachtig kan blijven. Het dwangbevel geeft het bestuur van de NEa in dat geval de mogelijkheid beslag te leggen bij de drijver/exploitant om zo alsnog de financiële waarde van de emissierechten te kunnen verhalen. Immers, het dwangbevel levert een executoriale titel op die met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter uitvoering kan worden gelegd. Er kan evenwel geen beslag worden gelegd op emissierechten. Dit volgt uit artikel 16.42 lid 5 Wm.5