Inhoudsopgave
V-N 2024/46.0:Uitvergroot: HvJ EU gaat (wederom) stilzwijgend om: over ‘economische logica’ en kunstmatigheid
V-N 2024/46.0
Uitvergroot: HvJ EU gaat (wederom) stilzwijgend om: over ‘economische logica’ en kunstmatigheid
Documentgegevens:
Ciska Wisman, datum 22-10-2024
- Datum
22-10-2024
- Auteur
Ciska Wisman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS983227:2
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 4 oktober 2024 heeft het Hof van Justitie EU uitspraak gedaan in de zaak-X BV (zie V-N 2024/18.9 voor ons commentaar bij de conclusie). Centraal staat de vraag naar de (on)verenigbaarheid van art. 10a Wet VBP 1969 met het primaire Unierecht. Meer specifiek gaat het om de rol van het at-arm’s-lengthbeginsel in het licht van het verbod op misbruik van (Unie)recht. De Hoge Raad had daarover prejudiciële vragen gesteld, vanwege de zaak-Lexel (V-N 2021/6.8).
Het Hof van Justitie EU komt deels terug op de eerdere benadering. In Lexel overwoog het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.