Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/6.3.4.1:6.3.4.1 Toetsing
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/6.3.4.1
6.3.4.1 Toetsing
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630492:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van bovenstaande analyse kom ik tot de volgende conclusies:
Criterium 1: In overeenstemming met de uitgangspunten van het totaalwinstbeginsel
In bovengenoemde casus wordt het grootste deel van de winst toegerekend aan de onbelaste periode en het maakt daarmee geen deel uit van de totaalwinst. Omdat het contract is gesloten vlak voor het moment van de sfeerovergang, zal het overeengekomen rendement gelijk zijn aan het rendement dat wordt gebruikt bij de waardering op de fiscale openingsbalans. Als er een langere periode ligt tussen het afsluiten van het contract en het moment van sfeerovergang, is het wel goed denkbaar dat er een verschil in rendement ontstaat. In casu heeft dit alleen effect op de allocatie van het totale rendement ad € 50.000 over de onbelaste en belaste periode. Bij een hoger rendement op het moment van sfeerovergang zal er een hoge oprenting in de belaste periode plaatsvinden en leiden tot een hoger resultaat. Deze allocatie is wel in overeenstemming met de uitgangspunten van totaalwinst. Er ontstaat wel een frictie met de uitgangspunten van totaalwinst doordat de kosten volledig worden toegerekend aan de belaste periode en hierdoor per saldo een verlies in aanmerking wordt genomen, terwijl het daadwerkelijk genoten voordeel positief is.
Criterium 2: Er is sprake van een adequate toerekening (toerekening aan de periode waarin de voordelen worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening)
De totaalwinst van een lichaam dat belastingplichtig is geworden, is de winst die in de belastingplichtige periode kan worden toegerekend aan de belastingplichtige activiteiten. De toerekening moet plaatsvinden aan de jaren van de bedrijfsuitoefening. In casu worden niet de baten en lasten die worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening van de belaste periode in de heffing betrokken. De (contant gemaakte) toekomstige ontvangsten en uitgaven met betrekking tot het leveringscontract worden (bijna) volledig aan de onbelaste periode toegerekend voor zover deze bekend waren ten tijde van de sfeerovergang. Op basis van deze systematiek ligt het zwaartepunt bij het sluiten van het contract en niet bij de uitvoering van de opdracht. De belastingheffing sluit derhalve niet aan bij de jaren waarin de voordelen opkomen door de uitvoering van de bedrijfsuitoefening. Door de volledige toerekening van de additionele kosten aan de belaste periode, wordt ook geen recht gedaan aan het matchingbeginsel en wordt ten onrechte een verlies in aanmerking genomen.
Criterium 3: Er is sprake van een duidelijk en praktisch toepasbaar systeem
Ook hier geldt dat het systeem duidelijk is, maar de praktische toepassing wel complex kan zijn, omdat met alle specifieke omstandigheden rekening moet worden gehouden.