NJB 2026/767:Voorhanden hebben van munitie en vereiste dat de verdachte zich in meerdere of mindere mate bewust moet zijn geweest van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van die munitie: in casu is bij een controle in een bedrijfspand dat door de vrouw van de verdachte werd gehuurd, in een horecakoelkast een opgerolde gele keukenhanddoek aangetroffen met daarin een magazijn/ patroonhouder bevattende kogelpatronen, terwijl onder de balie een geweer is aangetroffen waarop het magazijn paste. De verdachte heeft verklaard dat de koelkast van zijn vrouw en hem is. Aan de bewezenverklaring dat de verdachte op 19 maart 2018 vijftien kogelpatronen voorhanden heeft gehad, heeft het hof ten grondslag gelegd dat de verdachte had gehoord dat er kogelpatronen in de koelkast zouden worden gelegd en hij die patronen op 16 maart 2018 daadwerkelijk in de koelkast heeft gezien. Het hof heeft overwogen dat de enkele omstandigheid dat de verdachte heeft verklaard dat hij een kennis had gevraagd om de kogelpatronen op te halen, niet aan die bewezenverklaring in de weg staat, omdat de verdachte niet heeft vernomen of gecontroleerd of dit daadwerkelijk is gebeurd. Het daarin besloten liggende oordeel dat – vanwege het ontbreken van voldoende concrete aanwijzingen dat de munitie intussen was verwijderd uit de koelkast – de verdachte zich ervan bewust moet zijn geweest dat de munitie net als op 16 maart 2018 (waarschijnlijk) ook op 19 maart 2018 nog in de koelkast aanwezig was is niet onbegrijpelijk. CAG: anders.