Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht
Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/3.4.1:3.4.1 (De grenzen van) het toepassingsgebied van het enquêterecht
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/3.4.1
3.4.1 (De grenzen van) het toepassingsgebied van het enquêterecht
Documentgegevens:
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS464361:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
81. Het enquêterecht heeft niet alleen tot doel het herstel van gezonde verhoudingen door maatregelen van reorganisatorische aard, maar tevens opening van zaken en de vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk blijkend wanbeleid, terwijl van de mogelijkheid van het instellen van een onderzoek eveneens een preventieve werking kan uitgaan (OGEM Holding). Belang-rijke uitvloeiselen van deze beschikking zijn dat de Ondernemingskamer eveneens een onderzoek mag gelasten bij vennootschappen die reeds zijn gefailleerd en dat zij mag volstaan met een verklaring voor recht dat van wanbeleid is gebleken indien herstel van gezonde verhoudingen niet meer tot de mogelijkheden behoort. Onduidelijk is of zij in de laatste situatie een verzoek tot het treffen van voorzieningen ook moet afwijzen. Uit de overweging van de Hoge Raad uit de DSM -beschikking dat voor het treffen van voorzieningen als bedoeld in art. 2: 356 BW slechts plaats is indien dit gerechtvaardigd is met het oog op herstel van gezonde verhoudingen, lijkt te volgen dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In de eerder gewezen beschikking inzake Text Lite Holding staat hij echter toe dat de Ondernemingskamer dechargebesluiten vernietigt, niettegenstaande het feit dat de vennootschap reeds vijf jaar tevoren failliet is verklaard. De Ondernemingskamer mag zich in het kader van de behandeling van verzoeken tot het treffen van voorzieningen en/of tot kostenverhaal eveneens een oordeel vormen over het functioneren van individuele bestuurders en commissarissen (lees: over de individuele verantwoordelijkheid). Zij is echter niet bevoegd een oordeel te geven over de persoonlijke aansprakelijkheid van deze personen voor de gevolgen van het geconstateerde wanbeleid (Text Lite Holding). De Hoge Raad heeft in de beschikking inzake Gucci Group benadrukt dat het onderzoek de kern vormt van de procedure en dat de Ondernemingskamer een enquêteverzoek alleen mag toewijzen als er (voldoende) aanleiding bestaat voor het instellen van een onderzoek. Dit is mijns inziens alleen het geval indien er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen en daadwerkelijk een onderzoek naar de feiten nodig is. De consequentie hiervan is mijns inziens dat als er geen aanleiding is voor het instellen van een onderzoek omdat de feiten voldoende duidelijk zijn of partijen aan een onderzoek geen behoefte hebben maar slechts voorzieningen wensen (ik begrijp ons hoogste rechtscollege aldus dat hij doelt op zowel onmiddellijke voorzieningen als op voorzieningen als bedoeld in art. 2: 356 BW), de Ondernemingskamer het verzoek tot het instellen van een onderzoek en dientengevolge dat tot het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen dient af te wijzen. Het laatste geldt blijkens de Unilever -beschikking evenzeer indien de Ondernemingskamer wordt verzocht zich te buigen over een geschil waarbij de in OGEM Holding geformuleerde doeleinden niet kunnen worden verwezenlijkt, zoals het geval is bij geschillen van louter vermogensrechtelijke aard. Houdt het verzoek geen enkele stelling in die op deze doeleinden is gericht, dan dient het niet-ontvankelijk te worden verklaard.