NJ 2026/46
Bij feiten van voor 1 januari 2023 is het aangewezen bij schadevergoedingsmaatregel vervangende jeugddetentie op te leggen volgens de tot 1 januari 2020 geldende regeling.
HR 17-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:905, m.nt. J.M. ten Voorde
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/02065 J
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Noot
J.M. ten Voorde
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD45935:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Jeugdstrafrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:905, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:415, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑05‑2024
- Wetingang
Art. 6:4:20, 6:6:30 Sv; art. 36f, 77l Sr; art. 36f, 77l (oud) Sr
Essentie
Bij feiten die voor 1 januari 2023 zijn begaan is het aangewezen dat bij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel toepassing wordt gegeven aan de regeling van de vervangende jeugddetentie, zoals deze tot 1 januari 2020 in de wet was opgenomen. Onvoldoende belang bij cassatie, nu geen sprake is van een wezenlijk verschil en de opgelegde gijzeling binnen het maximum van drie maanden valt.
Samenvatting
Aan verdachte is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ter zake een op 3 november 2017 begaan strafbaar feit, waarbij is bepaald dat gijzeling voor de duur van 27 dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.