RI 2012/15
Bestuurdersaansprakelijkheid. Hoe dient de onderlinge draagplicht van het boedeltekort tussen de bestuurder en de feitelijk beleidsbepaler te worden bepaald?
Rb. Rotterdam 31-08-2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BR7071
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
31 augustus 2011
- Magistraten
Mr. N. Doorduijn
- Zaaknummer
166382 / HA ZA 01-2973
- LJN
BR7071
- JCDI
JCDI:ADS910310:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2011:BR7071, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 31‑08‑2011
- Wetingang
BW art. 2:248, 6:10
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid
Hoe dient de onderlinge draagplicht van het boedeltekort tussen de bestuurder en de feitelijk beleidsbepaler te worden bepaald?
Samenvatting
De curator in het faillissement van RITC heeft de bestuurder van RITC gedagvaard op grond van art. 2:248 BW en aansprakelijk gesteld voor het tekort in het faillissement. Vervolgens heeft de bestuurder de feitelijk beleidsbepaler in vrijwaring gedagvaard. In een tussenvonnis in de vrijwaringsprocedure heeft de rechtbank geoordeeld dat deze zich heeft gedragen als ware hij bestuurder. In het eindvonnis in de hoofdzaak heeft de rechtbank geoordeeld dat de bestuurder op grond van art. 2:248 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.