Het recours objectif, een herwaardering
Einde inhoudsopgave
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/1.7:1.7 Onderzoeksopbouw
Het recours objectif, een herwaardering (SteR nr. 56) 2022/1.7
1.7 Onderzoeksopbouw
Documentgegevens:
mr. B. Assink, datum 01-09-2022
- Datum
01-09-2022
- Auteur
mr. B. Assink
- JCDI
JCDI:ADS675425:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze uitdrukking wordt toegeschreven aan Aristoteles, die het bedoelde als aanduiding voor een flexibele moraal (zie Ethica Nicomachea 5, 10, 1137b). Het is nadien gebruikt door onder meer Thomas More in Utopia (zie p. 63 van de Nederlandse vertaling van P. Silverentand uit 2010). De uitdrukking ziet op het gebruik van loden meetlatten in de bouw door de Grieken, waardoor onder meer allerlei bogen konden worden opgemeten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uitwerking van de onderzoeksvraag valt uiteen in drie delen. In deel één van dit onderzoek wordt de ontwikkeling van het recours objectif in vier perioden in kaart gebracht. Daarmee wordt ook de ‘strijd’ tussen het recours objectif en het recours subjectif zichtbaar. Iedere periode wordt gekenmerkt door een unieke verhouding tussen de twee recours, hetgeen de opdeling rechtvaardigt. Eerst wordt het klassieke bestuursrecht (eerste periode) en het tijdperk voor de ontwikkeling van de Awb (tweede periode) besproken. Daarna komt de periode vanaf de aanloop naar de invoering van de Awb tot aan de algemene invoering van de Nieuwe zaaksbehandeling in 2011 aan bod (derde periode). Ten slotte wordt ingegaan op het tijdvak daarna (vierde periode). De behandeling vindt voor iedere periode in vaste volgorde plaats op basis van vier opeenvolgende, elkaar soms deels overlappende vragen:
Wat is het emancipatieniveau van de burger (is hij over het algemeen laaggeschoold en niet kritisch jegens de overheid, of is hij juist geëmancipeerd en mondig)?
Welke invulling wordt aan de rechtsstaatidee voor bestuursorganen gegeven (wordt bijvoorbeeld uitgegaan van een bureaucratische of responsieve rechtsstaat)?
Hoe ziet de wijze van bestuurlijke besluitvorming eruit (bijvoorbeeld voornamelijk eenzijdig of met wederkerige trekken)?
Wat is of zijn de voornaamste rechtsstatelijke functie(s) van de procedure bij de bestuursrechter (bijvoorbeeld algemene rechtmatigheidscontrole of geschiloplossing)?
In dit onderzoek wordt uitgegaan van de hypothese dat de sociaal-economische ontwikkeling en het emancipatieniveau van de burger (vraag één) ‘doorwerkt’ in de invulling van de idee van de rechtsstaat (vraag twee). Dat heeft weer gevolgen voor de wijze van bestuurlijke besluitvorming (vraag drie). Op zijn beurt is dat sterk bepalend voor de rechtsstatelijke functie van de procedure bij de bestuursrechter (vraag vier). In zoverre is de functie van de bestuursrechtelijke beroepsprocedure een weerslag van de tijdgeest. Zoals zal blijken, zijn de rechtsstatelijke eisen voor de inrichting van de procedure bij de bestuursrechter een ‘loden meetlat’.1 Dat wil zeggen dat het gaat om een maatstaf die zich aanpast aan de veranderende omstandigheden.
In dit boek wordt vrij uitgebreid stilgestaan bij de historische ontwikkeling van het recours objectif. De reden daarvan is de rechtsstatelijke betekenis van dit recours vroeger en nu voldoende te verhelderen. In wetgeving en bestuursrechtelijke literatuur wordt veelal volstaan met een omschrijving op hoofdlijnen, zoals die ook in paragraaf 1.2 is gegeven. Maar voor een betrouwbaar beeld over dit recours is dat te mager. Een diepgravender analyse is nodig om te bezien wat nu precies de zelfstandige rol en betekenis is geweest van het recours objectif in het verleden, waarover de Awb-wetgever het had bij de invoering van de Awb in 1994. Het is ook noodzakelijk om nauwkeurig te weten waaraan vanaf 1994 door de wetgever uitdrukkelijk geen zelfstandige betekenis meer werd gegeven, en hoe dat moet worden beoordeeld.
In deel twee van het onderzoek wordt aandacht besteed aan de consequenties van het op de achtergrond raken van het recours objectif voor het waarborgen van de dienende rol van bestuursorganen.
In deel drie wordt bezien óf, en zo ja hoe, het recours objectif in de toekomst als functie van de procedure bij de bestuursrechter een rol kan spelen. Het onderzoek wordt afgesloten met een eindconclusie.