FED 2022/75
Belanghebbende heeft in opdracht van derden op eigen naam en voor eigen rekening aangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van aluminium wielen met als preferentiële oorsprong Maleisië. OLAF heeft na onderzoek geconcludeerd dat de oorsprong China is. De douane heeft vervolgens van belanghebbende douanerechten en antidumpingrechten nagevorderd. Belanghebbende heeft bepleit dat de invoeraangiften op grond van art. 78 CDW moeten worden herzien en dat de persoon van de aangever de derden moeten zijn. De Hoge Raad beslist ambtshalve dat herziening van de persoon van de aangever op grond van art. 78 CDW onder voorwaarden mogelijk is. De Hoge Raad benadrukt dat dit niet zonder meer met zich brengt dat dan de oorspronkelijke aangever niet langer schuldenaar is van de verschuldigde rechten. Daarnaast werd in deze zaak schending van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel gesteld. Dit beginsel is niet geschonden als de douane een belanghebbende in de voorfase niet ambtshalve het volledige dossier verstrekt.
HR 29-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:658, m.nt. dr. mr. A.E. Keulemans
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 april 2022
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Van Eijsden
- Zaaknummer
20/00236
- Noot
dr. mr. A.E. Keulemans
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS652537:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Douane (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑04‑2022
ECLI:NL:HR:2022:658, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑04‑2022
- Wetingang
Art. 78 CDW
Essentie
Belanghebbende heeft in opdracht van derden op eigen naam en voor eigen rekening aangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van aluminium wielen met als preferentiële oorsprong Maleisië. OLAF heeft na onderzoek geconcludeerd dat de oorsprong China is. De douane heeft vervolgens van belanghebbende douanerechten en antidumpingrechten nagevorderd. Belanghebbende heeft bepleit dat de invoeraangiften op grond van art. 78 CDW moeten worden herzien en dat de persoon van de aangever de derden moeten zijn. De Hoge Raad beslist ambtshalve dat herziening van de persoon van de aangever op grond van art. 78 CDW ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.