BNB 2023/84
Minimumrekenrente van 4% bij waardering van een pensioenverplichting is niet in strijd met het eigendomsgrondrecht
HR 17-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:324, m.nt. A.O. Lubbers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 maart 2023
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Cools*
- Zaaknummer
20/02644
- Conclusie
A.O. Lubbers
- Noot
A.O. Lubbers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS702879:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:324, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:125, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:137, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:70, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Minimumrekenrente van 4% bij waardering van een pensioenverplichting is niet in strijd met het eigendomsgrondrecht
Samenvatting
Belanghebbende, X BV, heeft de pensioenverplichting jegens haar directeur-grootaandeelhouder en diens echtgenote op 31 december 2013 tegen een commerciële waarde overgedragen aan haar dochtervennootschap. Op basis van een afspraak met de Inspecteur heeft belanghebbende de pensioenverplichting op commerciële grondslagen mogen waarderen met een rekenrente van 2,57%. De dochtervennootschap is echter gehouden de pensioenverplichting te waarderen volgens wettelijk voorschrift met een rekenrente van 4%. Een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.