Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.1:1.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.1
1.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS484595:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met het begrip ‘punitieve belastingzaken’ heb ik in deze studie het oog op (Nederlandse) belastingzaken waarin sprake is van (dreigende) boeteoplegging door de inspecteur en/of (dreigende) strafvervolging door het OM (dan wel het bestuur van de Belastingdienst door middel van het opleggen van een zogenoemde strafbeschikking; zie § 14.5.2.5.2 hierna), vanwege de overtreding van een fiscaal voorschrift.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De heffing van belastingen steunt in belangrijke mate op informatie die burgers, bedrijven en overheden aan de Belastingdienst verstrekken. Deze verstrekking betreft niet alleen inlichtingen, waarop het zwijgrecht – dat de kern van het zogenoemde nemo tenetur-beginsel vormt – betrekking heeft. Die betreft ook andere vormen van medewerking, zoals de afgifte van bescheiden en het verlenen van toegang tot gebouwen en gronden. De betekenis van het nemo tenetur-beginsel voor deze laatste vormen van medewerking is nog weinig duidelijk. Vooral omdat niet duidelijk is wat het beginsel precies behelst. Wel is duidelijk dat dit beginsel haar naam ontleent aan het adagium ‘Nemo tenetur prodere seipsum’ ofwel niemand mag worden gedwongen om zichzelf te belasten.
In punitieve belastingzaken1 roept de erkenning van dit beginsel de vraag op waar een (wettelijke) meewerkplicht van burgers in de fiscale heffings-, boete- en/of fiscaal-strafvorderlijke sfeer eindigt en het recht om zichzelf niet te hoeven belasten begint. De scheidslijn tussen kortweg meewerkplicht en zwijgrecht wordt in deze zaken vooral bepaald door de rechtspraak van het EHRM over het recht tegen gedwongen zelfbelasting in art. 6 EVRM. Reden waarom in deze studie het Nederlandse fiscale bestuurs- en strafrecht en het Europese recht hand in hand gaan.