NJF 2022/14
Goederenrecht. Onvoldoende gesteld voor bezitsuitoefening, waardoor geen eigendom is ontstaan door verkrijgende verjaring.
Hof Den Haag 07-09-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1609
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
7 september 2021
- Magistraten
Mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, H.J.M. Burg, A.J. Swelheim
- Zaaknummer
200.276.102-01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2021:1609, Uitspraak, Hof Den Haag, 07‑09‑2021
- Wetingang
Art. 3:105, 3:306, 3:314 BW
Essentie
Goederenrecht. Onvoldoende gesteld voor bezitsuitoefening, waardoor geen eigendom is ontstaan door verkrijgende verjaring.
Samenvatting
Redactie: Het hof maakt hier (nogmaals) duidelijk dat voor het ontstaan van eigendom door verkrijgende verjaring bezitsuitoefening is vereist.
In deze zaak gaat het om de vraag of de voormalig eigenaar van een woonark door verjaring eigenaar is geworden van het waterperceelgedeelte onder deze woonark. Het hof stelt voorop dat voor een beroep op verjaring bezit een essentieel vereiste is. Hiervan is sprake indien iemand op grond van uiterlijk waarneembare feiten de feitelijke macht uitoefent over een goed. Appellanten hebben echter onvoldoende feiten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.