Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/447
Medeplegen grootschalige oplichting van consumenten met behulp van malafide webwinkels, art. 326 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht medeplegen. 2. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft m.b.t. bijdrage van verdachte aan oplichting via een van de websites o.b.v. bewijsmiddelen vastgesteld dat verdachte en medeverdachten A, B, C en D deze website gebruikten en toegangsgegevens hadden voor deze website. Via Skype werden onderling afspraken gemaakt over wie welke dag de website ‘draaide’, door advertenties te plaatsen, ‘traffic’ te genereren of bestellingen af te handelen. Verdachte heeft ook advertenties geplaatst voor website. Daarnaast verstrekte verdachte identificatiecodes aan medeverdachte D, waarmee D kon inloggen op bankrekeningen waarop geld van oplichting binnenkwam. Voorts blijkt uit chatberichten tussen D en verdachte, die zijn aangetroffen op laptop van verdachte, dat verdachte aan D heeft aangeboden om zijn ‘passen’ (geldezels) te delen. Tot slot blijkt hieruit dat verdachte tegen D heeft gezegd: “Zou jij ook moeten doen die bakfietsen”. T.a.v. 2 andere websites heeft hof vastgesteld dat rolverdeling tussen A, B, verdachte en D inhield dat D advertenties zette en dat A, B en verdachte de bankpassen regelden maar dat iedereen wijzigingen op site kon aanbrengen. Dit betreft substantiële bijdrage aan oplichting die meer omvat dan alleen hulpverlening. Dat hof uit deze feiten en omstandigheden heeft afgeleid dat verdachte bewezenverklaard feit heeft medegepleegd, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. HR ambtshalve: Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR 24 mei 2022, NJ 2022/199). HR vermindert zelf duur van gijzeling in die zin dat is voldaan aan wettelijk bepaald maximum van 1 jaar. Samenhang met RvdW 2025/446 en RvdW 2025/448.
HR 18-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:328
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/03656
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:328, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1221, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑11‑2024
Essentie
Medeplegen grootschalige oplichting van consumenten met behulp van malafide webwinkels, art. 326 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht medeplegen. 2. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft m.b.t. bijdrage van verdachte aan oplichting via een van de websites o.b.v. bewijsmiddelen vastgesteld dat verdachte en medeverdachten A, B, C en D deze website gebruikten en toegangsgegevens hadden voor deze website. Via Skype werden onderling afspraken gemaakt over wie welke dag de website ‘draaide’, door advertenties ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.