RBP 2021/30
Internationaal privaatrecht. Is de Nederlandse rechter in spoedeisende gevallen bevoegd tot het gelasten van kinderbeschermingsmaatregelen over een kind dat zich met toestemming van zijn in het buitenland wonende ouders in Nederland bevindt?
Hof Arnhem-Leeuwarden 03-12-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10106
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
3 december 2020
- Magistraten
Mrs. M.H.F. van Vugt, A. Smeeïng-van Hees, A.T. Bol
- Zaaknummer
200.279.926
- JCDI
JCDI:ADS260290:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2020:10106, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 03‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
Internationaal privaatrecht. Rechtsmacht. Kinderbeschermingsmaatregel.
Is de Nederlandse rechter in spoedeisende gevallen bevoegd tot het gelasten van kinderbeschermingsmaatregelen over een kind dat zich met toestemming van zijn in het buitenland wonende ouders in Nederland bevindt? Is een rechterlijke beslissing van een rechter in de Verenigde Staten inhoudende het vaststellen van gezag over een kind voor erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar?
Samenvatting
De in de Verenigde Staten woonachtige verzoeker en de verzoekster zijn de vader resp. de stiefmoeder van het kind en zijn door de kinderrechter belast geweest met het gezag over het kind. Het kind heeft vanaf 14 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.