Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.3.3
5.3.3 Hoe wordt de schade begroot?
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS298109:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Klaassen (2017), nr. 4.
Het beginsel van volledige vergoeding is niet als zodanig in de wet vastgelegd, maar ligt wel besloten in verschillende wettelijke bepalingen. Zie over het beginsel van volledige vergoeding: Klaassen (2017), nr. 5, Lindenbergh (2014), nr. 10-15. Spier/Hartlief (2015), p. 253-255, Toxopeus-de Vries (2013), p. 231 e.v.
Gerechtshof ’s-Gravenhage 27 mei 2004, JOR 2004/206, r.o. 9.4. Hiertegen is geen middel in cassatie ingesteld.
Toxopeus- de Vries maakt ter zake de begroting van vermogensschade een onderscheid tussen de SOLL-positie, zijnde de (financiële) positie van de benadeelde zonder de schadegebeurtenis, en de IST-positie, zijnde de (financiële) positie van de benadeelde indien zich een schadegebeurtenis heeft voorgedaan, zie Toxopeus-de Vries (2013), p. 231 e.v. Zie voorts over concrete schadeberekening: Klaassen (2017), nr. 5. Lindenbergh (2014), nr. 10-15, Spier/Hartlief (2015), p. 253-255.
Spier/Hartlief (2015) p. 260-261, 286 en 326.
Partijen hebben het recht om contractuele afspraken te maken over de aard en de omvang van een eventueel verschuldigde schadevergoeding. Titel 6.1.10 van het Burgerlijk Wetboek over de wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding is van regelend recht. In paragraaf 5.6.2 zal ik stilstaan bij contractuele afspraken over schadevergoeding. Indien geen sprake is van andersluidende afspraken, is het uitgangspunt1 bij de begroting van geleden schade als gevolg van een gemaakte beroepsfout bij wettelijke controlewerkzaamheden dat de werkelijk geleden schade volledig wordt vergoed2 en dat dit gebeurt aan de hand van een concrete berekening van de schade. De methode van concrete schadebegroting is gehanteerd bij de beslechting van het Vie d’Or geschil. Het hof3 overweegt hierover ‘dat bij de begroting van schade een vergelijking moet worden gemaakt tussen de situatie zonder het onrechtmatige handelen (de ‘hypothetische situatie’) en de situatie na het onrechtmatig handelen (de ‘werkelijke situatie’)’.4 Daarbij wordt zoveel mogelijk met de individuele omstandigheden van de benadeelde rekening gehouden.5
De schade is vaak nog niet (exact) bekend bij het voeren van de bodemprocedure en daarom wordt naar de schadestaatprocedure verwezen. De schadestaatprocedure van artikel 612-615b Rv betreft een procedure waarin de vaststelling van de inhoud en de omvang van de in de hoofdprocedure vastgestelde verplichting tot schadevergoeding aan de orde is.