PJ 2018/51
Werkneemster maakt bezwaar tegen het besluit van een verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds vrijstelling tot deelneming te verlenen. Werkneemster is belanghebbenden. De onderneming hoefde het vrijstellingsbesluit niet aan haar bekend te maken. Werkneemster had uiterlijk binnen twee weken nadat zij van het bestaan van het besluit op de hoogte was geraakt daartegen op moeten komen. Er volgt niet-ontvankelijkheidverklaring van de werkneemster.
Rb. Rotterdam 15-02-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:999, m.nt. M.J.C.M. van der Poel
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
15 februari 2018
- Magistraten
Mr. B. van Velzen
- Zaaknummer
AWB - 17 _ 4836
- Noot
M.J.C.M. van der Poel
- JCDI
JCDI:ADS170360:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2018:999, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 15‑02‑2018
- Wetingang
Art. 1:1, 1:3, 6:8 lid 1, 3:41 lid 1, 6:11 Awb
Essentie
Werkneemster maakt bezwaar tegen het besluit van een verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds vrijstelling tot deelneming te verlenen. Werkneemster is belanghebbenden. De onderneming hoefde het vrijstellingsbesluit niet aan haar bekend te maken. Werkneemster had uiterlijk binnen twee weken nadat zij van het bestaan van het besluit op de hoogte was geraakt daartegen op moeten komen. Er volgt niet-ontvankelijkheidverklaring van de werkneemster.
Samenvatting
Werknemer wel belanghebbende bij vrijstellingsbesluit, maar niet ontvankelijk wegens niet-tijdig bezwaar.
Partij(en)
[naam 1], te [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. A.F. Wilson,
en
Stichting Pensioenfonds Zorg & Welzijn, verweerster (PFZW), gemachtigde: prof. mr. E. Lutjens. Als derde-partij heeft aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.