RFR 2021/132
Wie worden als belanghebbende (art. 798 lid 2 Rv) aangemerkt in zaken betreffende ontslag of benoeming van opvolgende bewindvoerder, mentor of curator?
HR 18-06-2021, ECLI:NL:HR:2021:950
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juni 2021
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
20/03997
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS440306:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:950, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑06‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:324, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑04‑2021
- Wetingang
Art. 798 lid 2 Rv
Essentie
Wie worden als belanghebbende (art. 798 lid 2 Rv) aangemerkt in zaken betreffende ontslag of benoeming van opvolgende bewindvoerder, mentor of curator?
Samenvatting
In een zaak waarin twee dochters het niet eens zijn over de verzorging en begeleiding van hun moeder, wier goederen onder bewind zijn gesteld, rijst de vraag wie nu precies moet worden aangemerkt als belanghebbende in een procedure tot ontslag van de bewindvoerder. Door het Hof Den Haag zijn hierover de volgende prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad:
1. Is bij verzoeken tot ontslag van een bewindvoerder of een mentor (en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.