Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/6.2
6.2 Temporeel toepassingsbereik artikel 23 EEX-V°/17 Verdrag en de Toetredingsverdragen
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415642:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Trb. 1969, 101 en Trb. 1973, 2.
Inwerkingtreding voor Aruba op 30 juni 1986, Trb. 1986, 129.
PbEG L 304/1 d.d. 30 oktober 1978; Trb. 1978, 175.
PbEG L 388/1 d.d. 31 december 1982; Trb. 1983, 24.
PbEG L 285/1 d.d. 3 oktober 1989; Trb. 1989, 142; dit verdrag wordt ook wel aangeduid als het Verdrag van San Sebastian.
HR 24 september 1999, RvdW 1999, 127, NIPR 2000, 39, NJ 2000, 552 (Van Maanen/Caorle); anders — ten onrechte — Rb. Arhnem 12 februari 2003, NIPR 2003, 287.
Vgl. Conclusie AG Strikwerda voor HR 1 juli 1992, NJ 1992, 653; en Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 294 (augustus 2004), p. A-659 e.v.; HvJ EG 13 november 1979, zaak 25/79, Sanicentral/Collin, Jur. 1979, p. 3423, NJ 1980, 510. De andere Toetredingsverdragen kennen gelijkluidende bepalingen van overgangsrecht, zie Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 294 (augustus 2004), p. A-660-664.
HvJ EG 13 november 1979, zaak 25/79, Sanicentral/Collin, Jur. 1979, p. 3423, NJ 1980, 150.
Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 50.
Schlosser, EZPR, p. 330.
Hetzelfde geldt voor het Eerste en Derde Toetredingsverdrag.
Beijer 2005, (T&C Rv), Inl. Opm, aant. 4; Boularbah e.a. (red), Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 14.
CA Aix-en-Provence, 10 mei 1974, Rev Crit 1974, p. 548; Hof 's-Hertogenbosch 20 juli 1993, NIPR 1993, 471; impliciet: RvK Kortrijk 7 oktober 1975, Serie D, 1-17.1.2-B1; Rb. Amsterdam 19 januari 1977, Serie D I-17.1.2-B6; Rb. Amsterdam 13 mei 1975, NJ 1976, 323; Hof 's-Hertogenbosch 2 november 2004, NIPR 2005, 51; anders: Conseil de preud'hommes de Cannes vermeld door Beraudo, Juriscasseur, suppl. 3-1989, p. 17, nr. 46; Rb. Amsterdam 14 juli 1993, Hof Amsterdam 6 oktober 1994, NIPR 1995, 258 en Rb. Rotterdam 14 januari 2004, NIPR 2005, 63 (die menen dat de tekst van het verdrag ten tijde van de totstandkoming van de forumkeuze doorslaggevend is; sommige Duitse gerechten hebben geaarzeld over de vraag of het EEX van toepassing was op een forumkeuze daterende voor inwerkingtreding en soms art. 54 EEX miskend: Pocar, RabelsZ 1978, p. 421.
Vgl. bijv. Rb. Maastricht 7 maart 1996, NIPR 1996, 246 die de bevoegdheid ten aanzien van een arbeidsovereenkomst in hoger beroep beoordeelt zonder het nieuwe vijfde lid van art. 17 Verdrag in het oordeel te betrekken.
HvJ EG 13 november 1979, zaak 25/79, Sanicentral/Collin, Jur. 1979, p. 3423, NJ 1980, 510.
Uit het arrest blijkt niet waarom Collin zo lang heeft gewacht met het instellen van een actie. De arbeidsovereenkomst was twee jaren voor het instellen van de actie verbroken. Indien Collin met enige voortvarendheid zou hebben gehandeld, was hij niet geconfronteerd met een mogelijke onbevoegelheid van de Franse rechter. Zie verder Kropholler, EZPR, p. 219 en 429 alsmede Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 40; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 49.
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546.
In casu ging het om een forumkeuze uit 1970, r.o. 3.
HvJ EG 11 november 1986, zaak 313/85, Iveco/Van Hooi, Jur. 1986, p. 3337, NJ 1987, 479; zie hierna par. 6.4.
HvJ EG 13 november 1979, zaak 25/79, Sanicentral/Collin, Jur. 1979, p. 3423, NJ 1980, 510.
Voor de EEX-V° kan zich hetzelfde voordoen krachtens art. 23 lid 1 sub c EEX-V° in de lidstaten die geen partij waren bij het Verdrag.
Stbve, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 169.
Anders: Pres. Rb. 's-Gravenhage, 5 oktober 1994, KG 1994, 405.
Het EEX in zijn oorspronkelijke versie1 is in werking getreden op 1 februari 19732 en gewijzigd door de volgende Toetredingsverdragen:
Het Toetredingsverdrag van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland van 9 oktober 1978 (hierna ook te noemen: 'Eerste Toetredingsverdrag').3 Inwerkingtreding voor Nederland: 1 november 1986.
Het Toetredingsverdrag van Griekenland van 25 oktober 1982 (hierna ook te noemen: 'Tweede Toetredingsverdrag').4 Inwerkingtreding voor Nederland: 1 april 1990.
Het Toetredingsverdrag van Spanje en Portugal van 26 mei 1989 (hierna ook te noemen: 'Derde Toetredingsverdrag').5 Inwerkingtreding voor Nederland: 1 februari 1991.
Het Toetredingsverdrag van Finland, Oostenr.ijk en Zweden van 29 november 1996 (hierna ook te noemen: Vierde Toetredingsverdrag').6 Inwerkingtreding voor Nederland: 1 december 1998.
Het temporeel toepassingsbereik volgt uit het overgangsrecht dat is opgenomen in de EEX-V°, de Toetredingsverdragen c.q. het Verdrag. Dat overgangsrecht dient voor een forumkeuze, kort gezegd, te bepalen of de bevoegdheid van de aangezochte rechter moet worden beoordeeld naar het oude (ten tijde van het overeenkomen van de forumkeuze) danwel het nieuwe (gewijzigde) recht (ten tijde van het aanhangig maken van de procedure). Indien ten tijde van inwerkingtreding van de EEX-V°, het Verdrag, of het Eerste, Tweede, Derde en Vierde Toetredingsverdrag reeds een forumkeuze was tot stand gekomen, moet bezien worden of de oude of nieuwe regels krachtens het overgangsrecht gelden.7 Bij forumkeuze is deze vraag actueel, omdat de forumkeuze bijna steeds tot stand is gekomen voor het geschil en daarom meestal onder het oude recht. Het dualistische karakter van forumkeuze blijkt ook hier: moet de nadruk worden gelegd op de verbintenisrechtelijke aspecten (de totstandkoming van de forumkeuze) of moet de nadruk liggen op het procesrechtelijke gevolg van de forumkeuze (begin van de procedure)?
Voor forumkeuze geldt geen bijzondere regel van overgangsrecht. De algemene regel van overgangsrecht in art. 54 leden 1 en 2 Verdrag8 die aanknoopt bij het begin van de procedure, is ook beslissend voor forumkeuze.9 Het is niet verwonderlijk dat het begin van de procedure van doorslaggevend belang is, aangezien de EEX-V° en het Verdrag en de Toetredingsverdragen een procesrechtelijke verordening respectievelijk procesrechtelijke verdragen zijn. Art. 34 lid 1 Eerste Toetredingsverdrag alsmede art. 29 lid 1 Derde Toetredingsverdrag bevatten een identieke regeling voor de gewijzigde versies van het EEX.10 Beslissend is dus in beginsel de dag waarop de rechtsvordering is ingesteld.11
Art. 66 EEX-V° bevat een vergelijkbare bepaling.12 Niettemin wijkt art. 66 leden 1 en 2 EEX-V° tekstueel enigszins af van art. 54 leden 1 en 2 Verdrag. Art. 66 EEX-V° voegt toe dat alle gerechtelijke uitspraken voor erkenning of tenuitvoerlegging vatbaar zijn, indien de vordering is ingesteld na inwerkingtreding van EEX, EVEX of de Toetredingsverdragen in de staat van herkomst en de aangezochte staat en de erkenning of tenuitvoerlegging in een EEX-V° staat wordt verzocht.13 Indien de forumkeuze voldeed aan de eisen in de art. 17 of 18 Verdrag, is het vatbaar zijn voor erkenning of tenuitvoerlegging onder EEX-V° logisch. Art. 66 EEX-V° staat echter niet toe dat de bevoegdheid van het gerecht van de staat van herkomst is gebaseerd op een forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht.
Onder EEX-V°Nerdrag doet de datum van tot stand koming van de forumkeuze dus niet ter zake. Daardoor hebben EEX-V°Nerdrag terugwerkende kracht op forumkeuzen die zijn overeengekomen in het verleden, maar waarover na inwerkingtreding van EEX-V°Nerdrag een geschil is aanhangig gemaakt. Art. 66 EEX-V°/54 Verdrag14 heeft de volgende gevolgen voor het temporele toepassingsbereik, indien de bevoegdheid van de aangezochte rechter is gebaseerd op forumkeuze:
i) Indirecte bevoegdheid (erkenning en tenuitvoerlegging)
Indien een rechter in de staat van herkomst een uitspraak heeft gedaan waarbij hij zijn bevoegdheid baseerde op een forumkeuze, komt deze uitspraak voor erkenning en tenuitvoerlegging in aanmerking onder de volgende voorwaarden:
Ten tijde van de gerechtelijke uitspraak in de staat van herkomst moet EEX-V°/ Verdrag, het Toetredingsverdrag c.q. de EEX-V° in werking zijn getreden.
De forumkeuze waarop de rechter in de staat van herkomst zijn bevoegdheid heeft gebaseerd, zou geldig moeten zijn geweest volgens (1) art. 23 EEX-V° of 17 Verdrag (hoewel niet van toepassing) of (2) krachtens een (bilateraal) verdrag tussen de staat van herkomst en de aangezochte staat dat van kracht was ten tijde van het instellen van de vordering.
Indien art. 66 EEX-V° van toepassing is, is voldoende dat in beide staten het Verdrag in werking was getreden ten tijde van het instellen van de vordering in de staat van herkomst ongeacht de grondslag voor bevoegdheid in de staat van herkomst (vgl. art. 4 EEX-V°Nerdrag). Ook een forumkeuze naar commuun internationaal privaatrecht van de staat van herkomst die niet geldig is volgens art. 17 Verdrag, is voldoende.
Ongeacht de datum van totstandkoming van de forumkeuze is onder bovenstaande voorwaarden erkenning en tenuitvoerlegging mogelijk. De EEX-V° en het Verdrag hebben derhalve met betrekking tot de indirecte bevoegdheid voor forumkeuzen een terugwerkende kracht doordat onder voorwaarden een forumkeuze in het verleden voldoende grondslag biedt voor erkenning en tenuitvoerlegging.
ii) Directe bevoegdheid
Doorslaggevend is het instellen van de rechtsvordering. Deze regel van overgangsrecht is niet alleen beslissend voor EEX-V°Nerdrag, maar ook voor de art. 8 Rv, 6 en 7 WIPR.15 De datum van totstandkoming van de forumkeuze doet niet terzake. Evenmin is de datum van het ontstaan van het geschil van belang. Ook indien de forumkeuze voor inwerkingtreding van EEX-V°Nerdrag c.q. het Toetredingsverdrag tot stand is gekomen, wordt de geldigheid van de forumkeuze beoordeeld aan de hand van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag c.q. het Toetredingsverdrag.16 Voor het nationale gerecht is beslissend of EEX-V°Nerdrag dan wel het wijzigingsverdrag in zijn staat in werking is getreden. Het verdient aanbeveling dat gerechten expliciet vermelden welke versie van het EEX zij toepassen teneinde onduidelijkheid te vermijden.17
Het Hof van Justitie heeft zich zowel expliciet als impliciet uitgelaten over de toepasselijkheid van art. 17 EEX op een forumkeuze daterende voor inwerkingtreding.
Expliciet kwam het probleem aan de orde in het arrest Sanicentral/Collin.18 In deze zaak ging het, kort gezegd, om een Franse werknemer Collin die op grond van een arbeidsovereenkomst in dienst was bij de Duitse vennootschap Sanicentral GmbH. In de arbeidsovereenkomst was een forumkeuze opgenomen voor de Duitse rechter. Sanicentral verbrak de arbeidsovereenkomst met Collin in december 1971. De laatste stelt vervolgens bij de Franse rechter een vordering in tegen Sanicentral op 26 november 1973, derhalve kort nadat het EEX in werking is getreden (1 februari 1973). Naar Frans recht is een forumkeuze in een arbeidsovereenkomst nietig, indien partijen zijn afgeweken van de relatieve bevoegdheid. Het Hof van Justitie had dus te maken met een forumkeuze die aanvankelijk nietig was, maar geldig werd op het moment dat het EEX in werking trad. Het Hof van Justitie overweegt dat een forumkeuze zonder rechtsgevolg blijft zolang geen geschil in rechte aanhangig is gemaakt en dat een forumkeuze slechts consequenties krijgt op het moment dat de vordering wordt ingesteld. Aangezien Collin zijn vordering na 1 februari 1973 (datum van inwerkingtreding van het EEX) had ingesteld, waren partijen gebonden aan de forumkeuze. Evenals voor de andere bevoegdheidsbepalingen is — in overeenstemming met art. 66 EEX-V°/ 54 Verdrag — de datum van het instellen van de vordering doorslaggevend. In het onderhavige geval verkreeg de forumkeuze derhalve zijn geldigheid op 1 februari 1973 toen het EEX in werking trad. Daardoor had de forumkeuze zijn processuele gevolg toen Collin in november 1973 Sanicentral dagvaardde voor de (inmiddels) onbevoegde rechter.19
Uit het arrest in de zaak Elefanten Schuh/Jacqmain20 blijkt impliciet dat het Hof van Justitie art. 17 EEX van toepassing acht, zodra de vordering is ingesteld na inwerkingtreding van het EEX ongeacht de datum van totstandkoming van de forumkeuze.21 Hoewel in Elefanten Schuh/Jacqmain op dit punt geen vragen waren gesteld, kan het Hof van Justitie geen prejudiciële vragen over art. 17 en 18 EEX beantwoorden, indien deze artikelen (temporeel) niet van toepassing zijn op de forumkeuze die onderwerp is van de prejudiciële vraag.
In het arrest in de zaak IvecoNan Hoo122 heeft het Hof van Justitie een forumkeuze uit 1956 of 1958 (dat was onduidelijk) aan art. 17 EEX getoetst. Ook daarmee heeft het Hof van Justitie impliciet te kennen gegeven dat de datum van de forumkeuze niet van belang is. Met deze oplossing wordt een forumkeuze, zoals gezegd, procesrechtelijk behandeld in lijn met alle andere artikelen van EEX-V°Nerdrag. Vanuit dit processuele oogpunt derhalve een wenselijke situatie. Vanuit verbintenisrechtelijk perspectief zou de benadering onbevredigend kunnen zijn, omdat een aanvankelijk geldige forumkeuze door art. 23 EEX-V°/17 Verdrag ongeldig wordt ten gevolge van art. 66 EEX-V°/54 Verdrag. Gelet op de versoepelde vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag laten zich niet gauw zulke gevallen denken onder de huidige redactie van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
Uit het arrest Sanicentral/Collin23 blijkt dat een ongeldige forumkeuze door inwerkingtreding van het EEX geldig kon worden. Deze mogelijkheid zal zich met name ook bij de Toetredingsverdragen kunnen voordoen, omdat de vormvoorschriften zijn versoepeld. Goed denkbaar is een forumkeuze die later geldig is geworden door de nieuwe mogelijkheid van art. 17 lid 1 sub c Verdrag,24 te weten een vorm in de internationale handel die overeenstemt met de gewoonten waarvan partijen op de hoogte zijn of behoren te zijn en die algemeen bekend is en doorgaans in acht wordt genomen. Als voorbeeld kan forumkeuze in een cognossement worden genoemd.25 Hiertegen bestaat mijns inziens weinig bezwaar, omdat partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst van de geldigheid van de forumkeuze zijn uitgegaan (althans één van hen) of in ieder geval van de geldigheid van de forumkeuze hebben moeten uitgaan. Dit vertrouwen in de geldigheid wordt niet geschonden door een daadwerkelijke 'post-geldigwording' ten gevolge van art. 66 EEX-V°/54 Verdrag c.q. de art. 34 en 29 Eerste respectievelijk Derde Toetredingsverdrag. Een vertrouwen in de ongeldigheid van een forumkeuze waarmee partijen hebben ingestemd verdient geen beloning.
Vanuit praktisch oogpunt gaat het mijns inziens om een goede oplossing, omdat een voor forumkeuze overzichtelijke regel van overgangsrecht voor de gehele verordening c.q. het hele verdrag de toepasselijkheid in de tijd bepaalt. Het aangezochte gerecht dient te onderzoeken of EEX-V°Nerdrag of het Toetredingsverdrag deel uitmaakt van zijn internationaal privaatrecht.26 Het is niet noodzakelijk dat het Verdrag in werking is getreden in een (eventueel) betrokken andere EG of verdragsluitende staat, zoals de staat van een gederogeerde rechter of van de woonplaats van de eiser of verweerder.