FED 2022/17
Berekening woondelenvrijstelling van de gebruikers-OZB als in beroep de woondelen op een hogere waarde worden getaxeerd.
HR 26-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1667, m.nt. mr. dr. G. Groenewegen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2021
- Magistraten
Mrs. Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage, Cools
- Zaaknummer
20/02917
20/02919
20/02920
20/02922
20/02923
20/02924
20/02925
20/02926
20/02927
20/02928
20/02929
- Noot
mr. dr. G. Groenewegen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS631822:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1667, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1761, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:736, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑08‑2021
- Wetingang
Art. 220 onderdeel a, 220c en 220e Gemw
Essentie
Berekening woondelenvrijstelling van de gebruikers-OZB als in beroep de woondelen op een hogere waarde worden getaxeerd.
Samenvatting
De Hoge Raad oordeelt dat als woondelen in beroep op een hogere waarde worden getaxeerd dat dit niet kan leiden tot een hogere woondelenvrijstelling van de gebruikers-OZB van art. 220e Gemw. Uit art. 220c Gemw volgt dat bij de heffing van de gebruikers-OZB de vastgestelde WOZ-waarde uitgangspunt is. Dit heeft tot gevolg dat de gebruikers-OZB moet worden geheven over het aan de niet-woondelen toerekenbare deel van de vastgestelde WOZ-waarde. Hierdoor kan de woondelenvrijstelling niet meer waarde omvatten dan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.