NJ 2025/317
Verzoek aanwijzing ander gerecht vatbaar voor toewijzing nu a. tegen betrokkenen aangifte is gedaan en b. de betrokkenen rechterlijk ambtenaar in de zin van art. 510 lid 1 Sv waren.
HR 04-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1632
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
25/03518 B
- Conclusie
P-G mr. F.W. Bleichrodt
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD36181:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1632, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1115, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑10‑2025
- Wetingang
Essentie
Het verzoek op grond van art. 510 Sv is vatbaar voor toewijzing, nu uit de bij het verzoekschrift overgelegde stukken blijkt dat a. tegen de betrokkenen aangifte is gedaan dat deze zich hebben schuldig gemaakt aan strafbare feiten en b. de betrokkenen op het moment van de in de aangifte bedoelde feiten rechterlijk ambtenaar in de zin van art. 510 lid 1 Sv waren.
Samenvatting
De hoofdofficier van justitie heeft de Hoge Raad verzocht op grond van art. 510 Sv een rechtbank aan te wijzen voor de vervolging en berechting van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.