Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/5.3:5.3 De wenselijkheid van overdracht tot zekerheid
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/5.3
5.3 De wenselijkheid van overdracht tot zekerheid
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:ADS247298:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Meijers 1936 en Meijers 1948, p. 282-286.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
96. Plan van behandeling.
In het vervolg van dit hoofdstuk wordt onderzocht of het wenselijk is dat door middel van cessie een zekerheidsrecht op een vordering op naam kan worden gevestigd. Buiten beschouwing blijft daarbij de vraag hoe ‘ruim’ vorderingen in zekerheid moeten kunnen worden gegeven; deze vraag kwam reeds aan bod in paragraaf 2.2.
Door E.M. Meijers is een aantal bezwaren tegen de fiduciaire overdracht aangevoerd.1 Deze bezwaren vormden voor de wetgever de aanleiding om in art. 3:84 lid 3 BW te bepalen dat een rechtshandeling die ten doel heeft dat een goed tot zekerheid wordt overgedragen of die de strekking mist het goed na overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen, geen geldige titel van overdracht is. Deze bezwaren tegen fiduciaire overdracht worden geïnventariseerd en gewogen in paragraaf 5.3.1.
Vervolgens worden, in paragraaf 5.3.2, de argumenten vóór fiduciaire overdracht tot zekerheid besproken. De Nederlandse Antillen en Aruba hebben ervoor gekozen om de fiduciaire overdracht niet in de ban te doen. Deze keuze wordt besproken in paragraaf 5.4. Een conclusie wordt getrokken in paragraaf 5.5.
5.3.1 Tegen de fiduciaire overdracht aangevoerde bezwaren5.3.2 Argumenten vóór overdracht tot zekerheid