De procesovereenkomst
Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/3.2.2:3.2.2 Afwijking van de wettelijke competentieverdeling en/of het stelsel van rechtsmiddelen
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/3.2.2
3.2.2 Afwijking van de wettelijke competentieverdeling en/of het stelsel van rechtsmiddelen
Documentgegevens:
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS391850:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het Verdrag inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken 1985, te vinden op www.uncitral.org.
Aangenomen kan worden dat de meestbegunstigingsbepaling van art. VII Verdrag van New York hier analoog kan worden toegepast. Zie in dit verband Meijer 2011, p. 261, met verwijzingen.
Zo ook Meijer 2011, p. 261; Snijders 2011c, p. 388, art. 1074 Rv, aant. 1, p. 392, art. 1075 Rv, aant. 1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de wet wordt het in verschillende bepalingen mogelijk gemaakt om bij overeenkomst af te wijken van de normaal gesproken geldende competentieverdeling of van het wettelijke stelsel van rechtsmiddelen. Zo kunnen partijen door middel van en overeenkomst tot arbitrage bevoegdheid aan de overheidsrechter ontnemen en toekennen aan een scheidsgerecht (zie artikel 1020 lid 1 jo. artikel 1022 lid 1 en artikel 1074 lid 1 Rv). Ook kunnen partijen invloed uitoefenen op de internationale rechtsmacht, door middel van een overeenkomst tot forumkeuze (zie artikel 23 EEX-Vo en artikel 8 Rv). In de dagvaardingsprocedure is niet alleen afwijking van de internationale rechtsmacht bij overeenkomst mogelijk, maar kunnen partijen ook afwijken van de relatieve bevoegdheidsregels (zie artikel 108 lid 1 Rv). Verder kunnen partijen overeenkomen om de rechtbank over te slaan en hun geschil bij de aanvang van het geding dadelijk ter kennis van het gerechtshof dat in hoger beroep bevoegd zou zijn te brengen (zie artikel 329 Rv, de prorogatie). Partijen kunnen ten slotte overeenkomen van hoger beroep af te zien (zie artikel 333 Rv) of om dit over te slaan (artikel 398 sub 2 Rv, sprongcassatie). Dergelijke overeenkomsten, waarbij partijen afwijken van de wettelijke competentieverdeling en/of het stelsel van rechtsmiddelen, worden hierna bevoegdheidsovereenkomsten genoemd.
Naast de bepalingen waarin voor afwijking een overeenkomst wordt vereist, zijn er ook wetsbepalingen waarin wordt gesproken over een bepaalde gedraging of verklaring van partijen. Partijen kunnen bijvoorbeeld door middel van een stilzwijgende forumkeuze afwijken van de internationale competentie. Uit artikel 24 EEX-Vo en artikel 9 Rv volgt dat de Nederlandse rechter in principe bevoegd wordt, indien de verweerder verschijnt zonder de bevoegdheid te betwisten. Stilzwijgende forumkeuze is in de dagvaardingsprocedure ook met betrekking tot de relatieve bevoegdheid mogelijk, zoals blijkt uit artikel 110 lid 1 Rv. In de verzoekschriftprocedure geldt dat een relatief onbevoegde rechter de zaak toch in behandeling neemt indien de verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden hebben aangegeven geen verwijzing te wensen (zie artikel 270 lid 1 Rv). In echtscheidingszaken is de rechter bevoegd indien de andere echtgenoot de bevoegdheid niet betwist (artikel 270 lid 2 Rv). Daarnaast kunnen partijen bevoegdheid verlenen aan een kantonrechter door zich samen tot hem te wenden en zijn beslissing in te roepen (zie artikel 96 Rv; omgekeerde prorogatie). In dit laatste geval is zowel afwijking van de absolute als van de relatieve bevoegdheid mogelijk. Ten slotte is arbitrage mogelijk doordat partijen in het arbitraal geding verschijnen en geen beroep doen op het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage (artikel 1052 lid 2 Rv).
Buiten beschouwing in deze paragraaf zijn tot nog toe gebleven verschillende internationale regelingen waarbij afwijking van de wettelijke competentieverdeling mogelijk wordt gemaakt. In het kader van de overeenkomst tot arbitrage is het Verdrag van New York van belang.1Artikel II van dit verdrag verplicht Nederland, als verdragsluitende staat, de schriftelijke overeenkomst tot arbitrage te erkennen. De rechter bij wie een geschil aanhangig wordt gemaakt over een onderwerp ten aanzien waarvan partijen een overeenkomst tot arbitrage hebben gesloten, dient partijen op grond van dit artikel in principe, op verzoek van een hunner, naar arbitrage te verwijzen. In dit proefschrift wordt slechts incidenteel aandacht besteed aan het Verdrag van New York. De reden is dat partijen dit verdrag vaak niet nodig hebben, omdat aangenomen kan worden dat het Verdrag van New York er niet aan in de weg staat dat een partij zich op artikel 1074 lid 1 Rv beroept.2 Dit is voor een partij over het algemeen gunstiger, aangezien het Verdrag van New York een relatief strenge schriftelijkheidseis kent.3
Ook in het kader van de overeenkomst tot forumkeuze zijn verschillende internationale regelingen van belang. Naast de EEX-verordening, die hiervoor reeds aan de orde is gekomen, is dit ten eerste het EVEX II-Verdrag. Dit is een verdrag tussen de EG en de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (Liechtenstein, Noorwegen, Ijsland en Zwitserland). Inhoudelijk gezien vertoont het verdrag een grote gelijkenis met de EEX-verordening. Het verdrag kent, net als de EEX, aan partijen de mogelijkheid toe om zelf een bevoegd gerecht aan te wijzen (zie artikel 23 en 24 EVEX II-Verdrag). Dit verdrag blijft in het navolgende verder buiten beschouwing.
In verschillende bijzondere internationale regelingen zijn bepalingen opgenomen waarin forumkeuze mogelijk wordt gemaakt. Het gaat bijvoorbeeld om artikel 31 CMR-Verdrag, artikel 4 Alimentatieverordening en artikel 12 Brussel IIbis. Ook op deze bepalingen zal niet verder worden ingegaan.
Ten slotte kan nog worden gewezen op het Haags Forumkeuzeverdrag, dat op 30 juni 2005 tot stand is gekomen. Dit verdrag regelt de bevoegdheid in geval van een exclusieve forumkeuze en de erkenning en de tenuitvoerlegging van uitspraken van het aangewezen gerecht. Het verdrag is nog niet in werking getreden, maar inmiddels wel door de Verenigde Staten en de Europese Unie ondertekend. In de toekomst kan het een belangrijke rol gaan spelen. Het blijft in dit proefschrift verder buiten beschouwing.