Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.4.5:15.4.5 Richtlijn 96/71/E6
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.4.5
15.4.5 Richtlijn 96/71/E6
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS420492:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2 lid 1 Richtlijn 96/71/EG. Over de plaats van het gewoonlijk arbeid verrichten verwijs naar Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese IPR, p. 44 die enige problemen vermeldt over de lokalisering van deze plaats.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de internationale bevoegdheid in arbeidszaken is voorts van belang Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten. Deze Richtlijn verstaat onder een 'ter beschikking gestelde werknemer' iedere werknemer die gedurende een bepaalde periode werkt op het grondgebied van een EG-lidstaat die niet de staat is waar de werknemer gewoonlijk werkt.1Art. 3 Richtlijn 96/71/EG verplicht de uitzendende onderneming tot het respecteren van een aantal regels die werknemers beschermen in de lidstaat waar hij ter beschikking is gesteld (bijv. minimumloon en maximum werktijden).
Gelet op de definitie van een ter beschikking gestelde werknemer kan hij geen vordering tegen zijn werkgever brengen voor een gerecht in de lidstaat waar hij tijdelijk ter beschikking is gesteld. Art. 19 EEX-V°/17 lid 5 Verdrag laat daartoe geen ruimte, tenzij de werknemer in die lidstaat tevens zijn woonplaats heeft. Bij internationale ter beschikkingstelling zal dat echter meestal niet het geval zijn. Ter bescherming van de ter beschikking gestelde werknemer bepaalt art. 6 Richtlijn 96/71/EG daarom dat een rechtsvordering over de in art. 3 gegarandeerde arbeidsvoorwaarden en omstandigheden kunnen worden ingesteld in de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer ter beschikking is of was gesteld. Deze mogelijkheid laat onverlet dat één van de partijen een vordering instelt op grond van een internationale overeenkomst inzake rechterlijke bevoegdheid in een andere staat. Richtlijn 96/71/EG doet in zoverre dus geen afbreuk aan de bevoegdheid van de rechter op grond van Afdeling 5/17 lid 5 sub 1 Verdrag.
Art. 6 Richtlijn 96/71/EG heeft mijns inziens voorrang op het bepaalde in Afdeling 5 gelet op het bepaalde in art. 67 EEX-V°/57 Verdrag, omdat Richtlijn 96/71/EG een specialis is ten opzichte van Afdeling 5. Een werknemer en een werkgever kunnen op grond van deze bepaling dus een vordering aanhangig maken voor het gerecht van de plaats van terbeschikkingstelling van de werknemer in afwijking van en in aanvulling op het bepaalde in de art. 19 en 20 EEX-V°, indien de vordering betrekking heeft op het bepaalde in art. 3 Richtlijn 96/71/EG. Voorts kunnen beide partijen dit forum adiëren in weerwil van het bepaalde in art. 21 sub 1 EEX-V°/17 lid 5 Verdrag. Een forumkeuze in een arbeidsovereenkomst kan dus geen afbreuk doen aan de bevoegdheid van het forum van art. 6 Richtlijn 96/71/EG en sluit een afwijking van het forum van deze bepaling uit.