Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/3.1.3
3.1.3 De dubbele verbondenheid van de aandeelhouder
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232582:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Dit betekent dat de aandeelhouder een rechtsbetrekking heeft tot de NV op grond waarvan hem rechten en verplichtingen toekomen, zie Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/260. Dit is een rechtsverhouding van eigen aard die ontstaat met de toetreding van de aandeelhouder tot de NV, zie ook Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/48 en 50. Uiteraard kunnen aandeelhouders ook een redelijk belang hebben om vernietiging van besluiten te vorderen (en kunnen zij dus tot alle drie de hiervoor genoemde kringen horen), aangezien beschikken over een ‘redelijk belang’ in de zin van artikel 2:15 lid 3 sub a BW potentie mogelijk is voor alle belanghebbenden, of ze nu wel of niet institutioneel betrokken zijn. Dat laatste zie ik dan ook niet als iets kenmerkend voor de aandeelhouder en laat ik in dit onderdeel verder buiten beschouwing. Zie ook paragraaf 3.1.2 van dit proefschrift over de kring van institutioneel betrokkenen en (rechts)personen met een ‘redelijk belang’.
Behalve de hiervoor genoemde algemene plicht om zich te onthouden van gedragingen die strijdig zijn met de redelijkheid- en billijkheidsnorm van artikel 2:8 BW, zie Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/172.4. Zie uitgebreider over de rechten en plichten van aandeelhouders: paragraaf 3.3 van dit proefschrift.
Artikel 2:81 BW. Zie ook Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/260.
Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/48. De stortingsplicht heeft een verjaringstermijn van vijf jaar ingevolge artikel 3:307 lid 1 BW, zie HR 17 oktober 2003, NJ 2004/282, m.nt. P. van Schilfgaarde (De Rijk/Van Roy). Zie ook: Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/167 en Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/118.
In Nederland zijn overigens een relatief groot aantal van de NV’s vormgegeven als besloten NV’s, in die zin dat hun aandelen niet vrij verhandelbaar zijn, zie paragraaf 7.3 van dit proefschrift.
Artikel 2:195 BW.
Stb. 2012, 299 en 301.
Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/91.
Hetzelfde geldt zoals opgemerkt voor aandelen in BV’s, mits statutair op de juiste wijze vormgegeven. Tot 1 januari 2020 mochten NV’s tevens aandelen en certificaten aan toonder uitgeven, wat in het verleden bijdroeg aan de ruime verhandelbaarheid van NV-effecten. Dit is niet meer mogelijk als gevolg van de inwerkingtreding Wet omzetting aandelen aan toonder (Stb. 2019, 107).
Aandeelhouders hebben in de verschillende kringen die in het vorige onderdeel zijn besproken een dubbele rol. Zij vormen gezamenlijk een orgaan (de AV) en hebben in die hoedanigheid bepaalde wettelijke en statutaire rechten. Zij hebben daarnaast als individuele aandeelhouders wettelijke en statutaire rechten. Zij worden gekwalificeerd als institutioneel betrokkenen en behoren als zodanig tot de kring van personen die zich jegens elkander dienen te gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Zij staan tot de NV in een lidmaatschapsverhouding.1 Van belang is in dit kader dat de aandeelhouder, na de storting van de nominale waarde op zijn aandelen, en behoudens de verplichting zich te gedragen overeenkomstig de vereisten van redelijkheid en billijkheid, slechts rechten heeft en geen verplichtingen.2 Aandeelhouders hebben (behoudens bijzondere omstandigheden) geen plicht om in de verliezen van de vennootschap bij te dragen3 en kunnen niet tegen hun wil worden verplicht tot een storting boven het nominale bedrag van de aandelen.4 Zij zijn dus in beginsel ook niet aansprakelijk voor schulden en overige verplichtingen van de NV. Zodra zij hebben voldaan aan de stortingsplicht houden zij alleen aanspraken over.5 Die aanspraken betreffen economische rechten en zeggenschapsrechten die juridisch zijn belichaamd in een vermogensrecht van eigen aard, dat (tenzij anders bepaald) vrij overdraagbaar is.6 Het uitgangspunt voor de NV is daarbij dat haar aandelen in beginsel niet onderworpen zijn aan een blokkeringsregeling. Zij heeft dus in beginsel een open karakter.7 Dit in tegenstelling tot de BV, die “tenzij de statuten anders bepalen” een wettelijke blokkeringsregeling kent.8 Hoewel sinds de Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht (de Wet Flex-BV)9 statutair kan worden geregeld dat de aandelen van een BV vrij overdraagbaar zijn, blijft de NV typologisch de voor de hand liggende rechtsvorm indien de vennootschap en haar aandeelhouders ruime verhandelbaarheid van aandelen wensen.10 Het feit dat de aandeelhouder enkel rechten heeft en zijn aandelen vrij kan verhandelen, maakt aandelen in NV’s zeer geschikt als beleggingsinstrumenten.11
De dubbele rol van de aandeelhouder lijkt zich in de praktijk ook te manifesteren in de wijze waarop aandeelhouders zich gedragen en de wijze waarop hun positie wordt benaderd. De aandeelhouder kan worden gezien als een (rechts-)persoon die betrokken is bij de organisatie van de NV, nu hij deel uitmaakt van de AV als orgaan en als zodanig van de ‘kring van kapitaalverschaffers’. Dit is het traditionele beeld van de aandeelhouder als vennoot. Aan de andere kant kan de aandeelhouder gezien worden als de individuele belegger die slechts rechten heeft en zijn aandelen vrij kan overdragen wanneer dat hem behaagt. Dit is de aandeelhouder als handelaar. Als de organisatie van de NV aanzienlijk is gegroeid, en met name als haar aandelen ter beurze genoteerd worden, zal in de praktijk het beeld van de aandeelhouder als vennoot aan betekenis inboeten ten opzichte van het beeld van de aandeelhouder als handelaar. Aandeelhouders van beursvennootschappen zullen zich vaak ook meer gedragen als handelaren dan als vennoten. Vennootschapsrechtelijk blijft ten aanzien van de aandeelhouder het tweeledig karakter van vennoot en handelaar behouden.