Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.6.3.1
13.6.3.1 Inleiding
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493455:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor de toepassing van de AWR definieert art. 2, lid 1, onderdeel b van de wet lichamen als verenigingen en andere rechtspersonen, maat- en vennootschappen, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens.
De Vries/Van der Linde 1963, p. 109.
Vgl. Hof ’s-Gravenhage 28 maart 2000, V-N 2000/40.13.
Vakstudie Alg. Deel, aant. 1.2.1 bij art. 47a AWR. Hierbij kan vooral worden gedacht aan de controle van verrekenprijzen tussen het Nederlandse lichaam en de buitenlandse moeder- of zustervennootschap. Omdat het voor de nemo tenetur-problematiek in belastingzaken geen verschil maakt of de meewerkverplichtingen al dan niet in een internationale context worden nagekomen, volsta ik hier met een verwijzing naar de literatuur. Zie Vakstudie Alg. Deel, aant. 1 e.v. bij art. 47a AWR.
De inlichtingen- en inzageplicht vormen de kern van het fiscaal controlerecht en zijn op ‘ieder’ toepasselijk. In de terminologie van de AWR kan daarbij een onderscheid worden gemaakt tussen natuurlijke personen enerzijds en lichamen1 anderzijds. De verplichtingen in art. 47 AWR zijn ook toepasselijk wanneer een natuurlijke persoon of lichaam meent dat hij geen belasting is verschuldigd of wanneer hem geen aangiftebiljet is uitgereikt.2 Voorwaarde is wel dat de inspecteur een redelijk vermoeden van belastingplicht heeft. Bovendien gelden de verplichtingen van art. 47 AWR voor niet-ingezetenen die in Nederland (potentieel) buitenlands belastingplichtig zijn.3
Internationale verhoudingen; art. 47a AWR
Ik wijs hier op het in 1991 ingevoerde art. 47a AWR, dat de inlichtingen- en inzageplicht van art. 47 AWR in internationale verhoudingen regelt. De regeling behelst dat in Nederland gevestigde (kapitaal)vennootschappen en andere lichamen, inlichtingen en inzage in gegevensdragers moeten verschaffen van aan hen gelieerde buitenlandse natuurlijke personen of lichamen. De gedachte achter de regeling is dat die gelieerde buitenlandse personen of lichamen gehouden zijn om informatie te verstrekken aan de Nederlandse kapitaalvennootschap of het lichaam waarmee zij zijn verbonden.4