Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.5
12.5 Wilsgebreken
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414415:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Par. 12.2.4 en 12.3.2.
Voor een korte afweging zie Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 201.
Gothot/Holleaux, La Convention, p. 106; Gothot/Holleaux, Clunet 1971, p. 764; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 102; Kropholler, EZPR, p. 285-286, nr. 28; Droz, Compétence Judiciaire, p. 134, nr. 214; Basedow/Kropholler, IZPR, p. 569, nr. 832; Mijner, in: Biflow-Bbckstiegel-Milller, Rechtsverkehr, p. 606-146, par. III; Ras, TvP 1975, p. 890; Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 120; Lindenmayr, Vereinbarung liber die internationale Zustkidigkeit, p. 154; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 39; Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 227; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-466-470; anders: Vischer, Internationales Vertragsrecht, p. 574 en Klauser, EZPR, p. 149 die kiezen voor de lex fori (en Vischer bij uitzondering de lex causae), alsmede Gaudemet-Tallon, Les Convention, p. 93 die een voorkeur heeft voor het recht van de aangewezen rechter.
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546.
HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-296/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3788, NJ 1999, 681.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 51.
Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél. 26, p. 17.
Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél. 26, p. 17.
Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag bevat geen (autonome) regeling over wilsgebreken. Dient voor wilsgebreken daarom te worden teruggegrepen naar het nationale recht of dient een verdragsautonome uitleg van wilsgebreken plaats te vinden?
Voor een verdragsautonome uitleg pleit dat de rechtsgeldigheid van een forumkeuze autonoom dient te worden beoordeeld en ook het begrip 'overeenkomst' in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag autonoom dient te worden uitgelegd.1 Gebreken in de wilsovereenstemming lijken daarom bij voorkeur ook autonoom te moeten worden uitgelegd. Anderzijds is een autonoom begrip van wilsgebreken moeilijk te definiëren. De inhoud van wilsgebreken loopt in de rechtsstelsels van de EG-lidstaten en verdragsluitende staten uiteen en Europese harmonisatie is afwezig. Het gevolg van dit uiteenlopen, is dat geheel verschillende gronden aanleiding kunnen zijn voor het aannemen van een wilsgebrek en daarmee de ongeldigheid van de forumkeuze. Daardoor zou de uniforme werking van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag gemakkelijk kunnen worden aangetast. Voor een beoordeling naar nationaal recht spreekt dat alle rechtsstelsels hiervoor regelingen bevatten en discussies over een wilsgebrek zich meestal over hoofdovereenkomst en forumkeuze zullen uitstrekken. De wilsgebreken zijn daardoor voor hoofdovereenkomst en forumkeuze dezelfde en worden op gelijke wijze beoordeeld aan de hand van de lex causae. Daarvoor is dan belangrijk dat alle gerechten in de EG (EEX-V°) lidstaten c.q. verdragsluitende (Verdrag) staten dezelfde conflictregel hanteren.
In de literatuur wordt zonder wezenlijke discussie2 aangenomen dat wilsgebreken worden beheerst door het materiële recht dat volgens het conflictenrecht van de geadieerde rechter van toepassing is op de forumkeuze of de hoofdovereenkomst.3 Meestal wordt hiervoor aangevoerd dat art. 23 EEX-V°/17 Verdrag hiervoor geen regeling bevat. Op zich lijkt mij dit argument onvoldoende. Een autonome uitleg is eveneens mogelijk, indien art. 23 EEX-V°/17 Verdrag niets bepaalt maar het wilsgebrek de nuttige toepassing van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag raakt. Een wilsgebrek doet dat zonder twijfel, omdat de wilsovereenstemming daarmee ongeldig is. Bovendien ontstaat de vreemde situatie dat de rechtsgeldigheid van de forumkeuze en de `overeenkomst' autonome begrippen zijn met als kern de wilsovereenstemming, maar dat een eventueel gebrek aan wilsovereenstemming wordt beheerst door nationaal recht.
Het Hof van Justitie heeft nog niet expliciet geoordeeld over de vraag of een autonome definitie bestaat van wilsgebreken (lees: van gebreken van de toestemming van een partij of partijen). AG Slynn is in zijn conclusie voor het arrest Elefanten Schuh/Jacqmain4 op deze vraag ingegaan, maar het Hof van Justitie heeft zich daar toen niet over uitgelaten. AG Slynn stelde voor het recht van het aangewezen gerecht van toepassing te doen zijn, ongeacht waar de vordering aanhangig was. Enerzijds lijkt uit het arrest Benincasa/Dentalkit te volgen dat het Hof van Justitie een voorkeur heeft voor het recht dat ook de hoofdovereenkomst beheerst (lex causae).5Anderzijds suggereert het Hof van Justitie in het arrest Castelletti/Trumpy dat voor het gekozen gerecht geldende materiële bepalingen niet van invloed kunnen zijn op de rechtsgeldigheid van de forumkeuze, omdat een autonome benadering dient te worden gekozen.6
Ik acht de discussie hierover van weinig praktisch belang. Tot nu toe is geen rechtspraak gepubliceerd over wilsgebreken bij forumkeuze. De vormvoorschriften zijn daarenboven een belangrijke bescherming tegen wilsgebreken bij forumkeuze, omdat de vormvoorschriften een gemakkelijke totstandkoming verhinderen.
Het Haags Forumkeuzeverdrag kent geen autonome definitie van wilsgebreken. De nationale wet van de aangewezen rechter beheerst de vraag of aan de wilsovereenstemming wilsgebreken kleven.7Art. 5 lid 1 Haags Forumkeuzeverdrag laat namelijk de aangewezen rechter toe te oordelen dat de overeenkomst naar zijn recht nietig of vernietigbaar is. Hetforumprorogatum past derhalve zijn eigen recht toe. Het forum derogatum is krachtens art. 6 Haags Forumkeuzeverdrag verplicht het recht van het forum prorogatum toe te passen, indien een beroep wordt gedaan op wilsgebreken. De opstellers van het Haags Forumkeuzeverdrag gaan dus nog verder door ook het forum derogatum te verplichten een forumkeuze te toetsen aan het recht van de staat van de aangewezen rechter (art. 6 sub a).8 Gelet op de voorkeur in doctrine en rechtspraak voor de lex causae is deze keuze mijns inziens verrassend, met name omdat hiermee geen aansluiting bestaat met de meest voorkomende oplossing in het commune internationaal privaatrecht en de rechtspraak van het Hof van Justitie.