Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/7.2.4
7.2.4 De handhaving van de bescherming: 'rechtsmiddelen' en sancties
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS464046:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In het kader van de morele rechten treffen wij een soortgelijke bepaling aan: ook art. 6bis lid 3 bepaalt dat de rechtsmiddelen ter handhaving van de morele rechten worden geregeld door de wetgeving van het land waar de bescherming wordt ingeroepen. Het is een overbodige echo van art. 5 lid 2 (zo ook Nordemann, Vinck & Hertin 1977, p. 65). De morele rechten werden in 1928 ten tijde van de Romeinse conferentie in de conventie opgenomen. Wat de bescherming betreft, werd de minimale omvang toen in ius conventionis vastgelegd, maar het kwam de conferentie geraden voor om in (het toenmalige) art. 6bis lid 2 te bepalen dat de landen zelf de voorwaarden kunnen vaststellen waaronder deze rechten kunnen worden uitgeoefend; waarschijnlijk werd de traditionele referte aan de rechtsmiddelen daar klakkeloos aan toegevoegd. Vgl. Actes BC 1928, p. 179 (voorstel Italië) en Actes BC 1928, p. 204 (Rapport général).
Zie par. 3.2.2 onder (b)(ii). Terzijde: zie over handhaving van intellectuele-eigendomsrechten ook de TRIPsOvereenkomst (met name art. 41 e.v.) en Richtlijn 2004/48 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PbEU 2004, L 195/16; gerectificeerde tekst); over deze richtlijn zie onder meer Huydecoper 2004 en De Cock Buning & Numann 2007, p. 38-45.
Zie ook Katzenberger 2006, p. 2122, nr. 127, en p. 2124, nr. 129.
Art. 12 van de Berner Conventie van 1886. Zie ook art. 9 van de ontwerp-conventie van de Zwitserse Bondsraad (Actes BC 1884, p. 12). Zo'n bepaling figureerde ook in veel negentiende-eeuwse bilaterale verdragen. Zie Soldan 1887, p. 510; Röthlisberger 1906, p. 258 e.v. (p. 263: 'eigentlich (...) nicht nëtig' gelet op het beginsel van nationale behandeling); Ladas 1938, p. 605.
Vgl. Vaunois 1910, p. 11; Actes VP 1925, p. 478-479 (Rapport Sous-Commission W).
Art. 13 lid 1 van het Frans-Duitse verdrag van 19 april 1883 (Recueil des conventions (propriété littéraire) 1904, p. 70; hierover Lyon-Caen 1884, p. 460-461; Dambach 1883, p. 40). Vgl. ook art. VII van het Frans-Britse verdrag van 3 november 1851 (British and Foreign State Papers 1850-1851, Vol. 40, p. 27 e.v.); art. 6 van het Nederlands-Franse verdrag van 29 maart 1855, en art. 6 van het Nederlands-Belgische verdrag 30 augustus 1858 (zie noot 85 van hoofdstuk 1); art. 11 van het Frans-Portugese verdrag van 11 juli 1866 (Recueil des conventions (propriété littéraire) 1904, p. 306); art. 5 van het Belgisch-Spaanse verdrag van 26 juni 1880 (Recueil des conventions (propriété littéraire) 1904, p. 123); art. 13 lid 1 van het Belgisch-Duitse verdrag van 12 december 1883 (Recueil des conventions (propriété littéraire) 1904, p. 65).
Rtithlisberger 1906, p. 249. Vgl. het in alinea 89 hiervoor aangehaalde arrest van de Italiaanse Corte di cassazione 14 januari 1900, Monitore dei Tribunali, Vol. 41, 1900, II serie, vol. 3, p. 176-177 (Albrecht & Meister/Gualassini), in de Franse vertaling in DdA 1900, p. 121: 'Une fois les formalités remplies (...), l'auteur peut exercer le droit lui appartenant, conformément aux principes et aux sanctions que consacre la loi de l'État oix il entend le füre valoir, (...).' (cursivering toegevoegd).
Ook wat betreft rechtsmiddelen en sancties mag dus niet worden gediscrimineerd. Dat geldt ook voor de publiek- c.q. strafrechtelijke bescherming: zo mogen de straffen op inbreuk op het auteursrecht terzake van een vreemd werk niet lichter zijn dan de straffen op inbreuk op het auteursrecht terzake van een werk van eigen bodem.
Vgl. ook art. 10bis lid 1. Rechtsmiddelen en (civiele) sancties kan men overigens ook scharen onder de inhoud (werking) van de bescherming zoals bedoeld in par. 7.2.3: zo bijvoorbeeld Ulmer 1975, p. 38. In deze studie komen zij afzonderlijk aan de orde teneinde een plaats te geven aan de referte aan de rechtsmiddelen ter handhaving van rechten. Terzijde: de rechtsmiddelen c.q. rechtsvorderingen die de lex loci protectionis kent, komen op grond van art. 5 lid 1 en 2 in ieder geval toe aan de auteur als bedoeld in de conventie. De vraag wie naast de auteur nog bepaalde rechtsvorderingen toekomen — bijvoorbeeld de licentienemer —, wordt eveneens beheerst door de lex loci protectionis. Zie ook Kreuzer 1998, p. 2257 met verdere verwijzingen.
Zie Polak 1995 over internationaal sanctierecht in het internationaal privaatrecht. Anders De Boer 2007, p. 26, die bijvoorbeeld de aard en de mate van schadevergoeding aan een ander rechtsstelsel wil onderwerpen.
1037. Handhaving. Het vierde en laatste element van de bescherming waarop het beginsel van nationale behandeling van toepassing is, is de handhaving van de bescherming: de rechtsmiddelen en de sancties.
1038. 'Rechtsmiddelen'. De tweede volzin van artikel 5 lid 2 maakt duidelijk dat ook "de rechtsmiddelen, die de auteur worden gewaarborgd ter handhaving van zijn rechten" onder de bescherming valt die door het beginsel van nationale behandeling wordt beheerst.1 In hoofdstuk 3 kwam reeds aan de orde dat hiermee op de juridische mogelijkheden tot handhaving van het recht wordt gedoeld.2 Men denke in dit verband met name aan rechtsvorderingen: de vordering tot onrechtmatigverklaring, tot verbod van inbreukmakende handelingen, tot schadevergoeding, tot winstafdracht, tot het afleggen van rekening en verantwoording, tot afgifte, tot vernietiging of onbruikbaarmaking, tot verstrekking van een lijst van afnemers, tot bekendmaking van het vonnis, enz.3 Ook het beslag moet hieronder worden begrepen. In dit verband ontwierpen de verdragsopstellers een aparte bepaling, waarin werd vastgelegd dat de auteur, overeenkomstig de wetgeving van elk land, beslag kan laten leggen op inbreukmakende exemplaren (het huidige artikel 16).4 En ook strafrechtelijke mogelijkheden, zoals voeging in het strafproces als benadeelde partij terzake van een vordering tot schadevergoeding ex artikel 51a e.v. Sv, zijn 'rechtsmiddelen' die onder het beginsel van nationale behandeling vallen.
1039. Sancties. Sancties zijn het gevolg van rechtens gehonoreerde rechtsvorderingen. Waar de rechtsvorderingen onder de reikwijdte van het beginsel van nationale behandeling vallen, vallen de daaruit voortvloeiende sancties daar derhalve logischerwijs ook onder.5 In negentiende-eeuwse bilaterale verdragen werd dikwijls in een apart artikel bepaald dat ingeval van inbreuk de rechter dezelfde "saisies, confiscations, condamnations aux peins correctionelles et aux dommagesintérêts, déterminées par les législations respectives" toepaste, als was de inbreuk gepleegd vis-à-vis een werk van eigen bodem.6 De Berner verdragsopstellers vonden dat echter vanzelfsprekend gelet op het beginsel van nationale behandeling, en lieten een dergelijke bepaling achterwege.7
1040. Beginsel van nationale behandeling. Toepasselijkheid van het beginsel van nationale behandeling op rechtsmiddelen c.q. rechtsvorderingen, en op sancties, betekent dat te dier zake het non-discriminatiebeginsel geldt8 alsmede de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling. Die conflictregel is — waar het gaat om publiek- c.q. strafrechtelijke rechtsmiddelen en sancties — de ingevolge het formele-territorialiteitsbeginsel toepasselijke wet, en — waar het gaat om privaatrechtelijke rechtsmiddelen en sancties — de lex loci protectionis.9 Onder de vigeur van de Berner Conventie is de vraag welk recht van toepassing is op sancties, derhalve geen zelfstandige vraag.10