AB 2017/58
Kennelijk ongegrond. Instandlating rechtsgevolgen bij ten onrechte afwijzen aanvraag als kennelijk ongegrond.
ABRvS 03-11-2016, ECLI:NL:RVS:2016:2999, m.nt. V.M. Bex-Reimert
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
3 november 2016
- Magistraten
Mrs. H.G. Lubberdink, N. Verheij, G.M.H. Hoogvliet
- Zaaknummer
201600651/1/V2
- Noot
V.M. Bex-Reimert
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS925509:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Verblijf
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Staatsrecht / Rechtspraak
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:2999, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 03‑11‑2016
- Wetingang
Art. 30b lid 1 VW 2000
Essentie
Nu de staatssecretaris de aanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond heeft afgedaan maar er in dit geval geen inhoudelijke gronden zijn voor het verlenen van een verblijfsvergunning, dient het besluit in zijn geheel te worden vernietigd maar kunnen de rechtsgevolgen in stand worden gelaten.
Samenvatting
Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 7 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1025 maakt de vermelding in een besluit dat de aanvraag van een vreemdeling wordt afgewezen krachtens art. 31, eerste lid, gelezen in samenhang met art. 30b, eerste lid, van de Vw 2000, niet dat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.