NJ 1916, p. 742
Rb. Rotterdam, 21-02-1916
Rb. Rotterdam 21-02-1916, ECLI:NL:RBROT:1916:76
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
21 februari 1916
- Magistraten
Voorzitter: Mr. A. A. F. W. van Romondt., Rechters: Mrs. H. van Goudoever en W. Lunsingh Tonckens.
- Zaaknummer
[21021916/NJ_1916,_p._742]
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:1916:76, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 21‑02‑1916
- Wetingang
(BW art. 1639o.)
Samenvatting
Het woord „dienstbetrekking" in art. 1639o B. W. moet niet worden genomen in den zin van de feitelijke verhouding tusschen werkgever en arbeider, welke feitelijke verhouding uit den aard der zaak eerst aanvangt als (en diensvolgens eerst kan worden beëindigd nadat) de arbeider te werk is gekomen, maar moet in rechtskundigen zin worden begrepen als de rechtsverhouding welke uit en tegelijk met de arbeidsovereenkomst ontstaat en welke daarom onmiddellijk daarna, hetzij rechtmatig, hetzij onrechtmatig, kan worden verbroken.
Een dienstbetrekking gedurende vier bij de overeenkomst aangegeven perioden.
Partij(en)
1°. K. R. de Groot, 2°. A. M Determan, echtgenoote van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.