De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.3.2:6.2.3.2 Waarom was de totale zitting soms onaanvaardbaar?
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.3.2
6.2.3.2 Waarom was de totale zitting soms onaanvaardbaar?
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS371464:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze laatste twee partijen hadden niet goed begrepen waar een proces-verbaal voor bedoeld is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Twintig partijen (8.2%) en dertien advocaten (4.8%) vonden de procedure tijdens de zitting onaanvaardbaar (`zeer oneens’ of ‘oneens’ geantwoord). Achttien partijen en dertien advocaten hebben dat antwoord in het interview toegelicht. Hieronder worden de belangrijkste lijnen beschreven, eerst voor partijen en dan voor advocaten.
Vier partijen gaven aan, dat zij het niet eens waren met het — voor hen nadelige — voorlopig oordeel van de rechter: twee daarvan vonden het oordeel onjuist en de andere twee hadden liever (zo vroeg tijdens de zitting) geen oordeel gehad omdat de wederpartij daardoor niet meer wilde schikken. Vier partijen vonden de zitting onaanvaardbaar doordat de rechter te veel had aangedrongen op een schikking terwijl twee partijen juist vonden dat de rechter te weinig bemiddeld en aangedrongen had op een schikking Vier partijen zijn van mening dat de zitting de zaak niet verder heeft gebracht (o.a. doordat de rechter op de zitting niets beslist heeft, nog een schriftelijke ronde gaat plaatsvinden of er op de zitting te veel stukken ontbraken). Twee partijen hadden kritiek op de wijze waarop de rechter met te laat ingediende stukken omging: bij de ene partij had die kritiek betrekking op de weigering van de eigen stukken, bij de andere partij op het toelaten van de te laat ingediende stukken van de wederpartij. Ten slotte vonden twee partijen dat zij hun verhaal niet hadden kunnen doen en twee andere partijen dat de verklaring die de rechter van de andere partij in het proces-verbaal had opgenomen, onjuist was.1
Door de 13 advocaten die de zitting onaanvaardbaar vonden werd een aantal vergelijkbare redenen genoemd. Zo merkten drie advocaten op dat de rechter te veel bleef aandringen op een schikking (te veel druk door discussies over zaken buiten de rechtsstrijd, het was duidelijk dat er niet geschikt zou worden, maar de rechter bleef maar aandringen en de rechter leek geen ‘nee’ te accepteren). Drie advocaten vonden dat de zitting de zaak niet verder had gebracht: één omdat er nog stukken ontbraken en er nog een schriftelijke ronde nodig was, de tweede omdat de conclusie van antwoord in reconventie meer op een conclusie van repliek leek, hij daarop voorafgaand aan de zitting niet had kunnen reageren en de uitgangspositie op de zitting daarom niet gelijk was en de derde omdat de zitting veel tijd in beslag nam zonder dat er een oplossing was bereikt en bij de rechter luiheid optrad om zelf knopen door te hakken door de mogelijkheid van mediation. Twee advocaten merkten ten slotte op dat de rechter niet goed was voorbereid.