Blijkens de rolkaart is de betrokken advocaat op 27 oktober 2011 telefonisch door de griffie op dit vormverzuim geattendeerd.
HR, 27-01-2012, nr. 11/04678
ECLI:NL:HR:2012:BU9887
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
27-01-2012
- Zaaknummer
11/04678
- Conclusie
Mr. F.F. Langemeijer
- LJN
BU9887
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2012:BU9887, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 27‑01‑2012; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BU9887
ECLI:NL:PHR:2012:BU9887, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑12‑2011
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2012:BU9887
- Vindplaatsen
Uitspraak 27‑01‑2012
Inhoudsindicatie
Cassatie. Verzoekschrift niet, zoals voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv., ondertekend door advocaat bij Hoge Raad. Nu dit gebrek niet binnen twee weken is hersteld (HR 10 juli 2009, LJN BI0773, NJ 2010/212), is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.
27 januari 2012
Eerste Kamer
11/04678
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H. Brouwer (te Utrecht),
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Verweerster 6],
wonende te [woonplaats],
7. [Verweerder 7],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 11/397F van de rechtbank Utrecht van 6 september 2011;
b. het arrest in de zaak 200.093.746 van het gerechtshof te Arnhem van 20 oktober 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de Hoge Raad op 25 oktober 2011, heeft mr. H. Brouwer, advocaat te Utrecht, namens [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift is niet, zoals wordt voorgeschreven in art. 426a lid 1 Rv., ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, maar door mr. H. Brouwer voornoemd.
Dit gebrek kon binnen twee weken hersteld worden door de indiening van een exemplaar van hetzelfde verzoekschrift, alsnog ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad (HR 10 juli 2009, LJN BI0773, NJ 2010/212). Dat is evenwel niet gebeurd. [Verzoeker] dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 januari 2012.
Conclusie 23‑12‑2011
Mr. F.F. Langemeijer
Partij(en)
Conclusie inzake:
[Verzoeker]
tegen
- 1.
[Verweerster 1],
- 2.
[Verweerster 2],
- 3.
[Verweerder 3],
- 4.
[Verweerster 4],
- 5.
[Verweerder 5],
- 6.
[Verweerster 6],
- 7.
[Verweerder 7],
1.
In deze zaak wordt volstaan met een verkorte conclusie. Bij vonnis van de rechtbank te Utrecht van 6 september 2011 is [verzoeker] (hierna: de gefailleerde) op verzoek van [verweeder] c.s. in staat van faillissement verklaard.
2.
Bij een op 12 september 2011 bij het hof ingekomen verzoekschrift heeft de gefailleerde hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 20 oktober 2011 heeft het hof hem niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek in hoger beroep.
3.
Bij verzoekschrift, ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 25 oktober 2011, heeft een advocaat die kantoor houdt te Utrecht namens de gefailleerde beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof.
4.
Het cassatieverzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. Het is niet getekend door een advocaat bij de Hoge Raad1.. Dit gebrek kon binnen twee weken worden hersteld door indiening van een exemplaar van hetzelfde verzoekschrift, alsnog getekend door een advocaat bij de Hoge Raad2.. Het verzuim is evenwel niet hersteld. Op deze grond kan de gefailleerde niet worden ontvangen in zijn cassatieberoep.
5.
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 23‑12‑2011
HR 14 oktober 2011 (LJN: BT7586), NJ 2011/479; HR 10 juli 2009 (LJN BI0773), NJ 2010/212 m.nt. H.J. Snijders.