NJB 2018/709
De rechtbank heeft appellant, in strijd met art. 8:26 Awb en art. 8 lid 1 Procesregeling 2013 niet in de gelegenheid gesteld om aan het geding deel te nemen. Appellant moet daarom in de situatie worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd als de rechtbank deze fout niet had gemaakt. Dat betekent dat in dit geval de termijn voor het instellen van hoger beroep eerst is gaan lopen op de dag nadat de aangevallen uitspraak aan appellant bekend is gemaakt
CRvB 21-03-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:829
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
21 maart 2018
- Magistraten
Mrs. Rottier, Van der Kris, Dijt
- Zaaknummer
15/5701 WW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Sociale zekerheid werkloosheid / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:829, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 21‑03‑2018
- Wetingang
Essentie
De rechtbank heeft appellant, in strijd met art. 8:26 Awb en art. 8 lid 1 Procesregeling 2013 niet in de gelegenheid gesteld om aan het geding deel te nemen. Appellant moet daarom in de situatie worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd als de rechtbank deze fout niet had gemaakt. Dat betekent dat in dit geval de termijn voor het instellen van hoger beroep eerst is gaan lopen op de dag nadat de aangevallen uitspraak aan appellant bekend is gemaakt
Uitspraak
(…)
Overwegingen
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
4.1.1.
Op grond van artikel 6:24 van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.