Einde inhoudsopgave
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
Protocol Nr. 4
Geldend
Geldend vanaf 20-09-2025
- Redactionele toelichting
De gemeenschappelijke verklaringen, aanhangsels en bijlagen bij dit protocol zijn niet opgenomen. Aanhangsel A is gewijzigd.
- Bronpublicatie:
19-09-2025, PbEU L 2026, 2026/41 (uitgifte: 15-01-2026, regelingnummer: 2026/41 (225/2025))
- Inwerkingtreding
20-09-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-09-2025, PbEU L 2026, 2026/41 (uitgifte: 15-01-2026, regelingnummer: 2026/41 (225/2025))
- Vakgebied(en)
EU-recht / Marktintegratie
inzake oorsprongsregels
Artikel 1. Oorsprongsregels
- 1.
Voor de toepassing van de EER-overeenkomst zijn aanhangsel I en de relevante bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euromediterrane preferentiële oorsprongsregels (1)(“de conventie”), zoals laatstelijk gewijzigd en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, van toepassing en mutatis mutandis in deze EER- overeenkomst opgenomen en maken ze er mutatis mutandis deel van uit.
- 2.
Alle verwijzingen naar de “desbetreffende overeenkomst” in aanhangsel I en in de relevante bepalingen van aanhangsel II van de conventie gelden als verwijzingen naar de EER-overeenkomst.
Artikel 2. Specifieke bepalingen voor de Europese Economische Ruimte
- 1.
Voor de toepassing van de EER-overeenkomst worden de volgende producten als van oorsprong uit de EER beschouwd:
- a)
geheel en al in de EER verkregen producten;
- b)
in de EER verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de EER een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan.
Voor de toepassing van de EER-oorsprong worden de grondgebieden van de overeenkomstsluitende partijen bij de EER- overeenkomst waarop de overeenkomst van toepassing is, als een enkel grondgebied beschouwd.
- 2.
Niettegenstaande lid 1 wordt het grondgebied van het Vorstendom Liechtenstein voor het bepalen van de oorsprong van de in de tabellen I en II van Protocol nr. 3 bedoelde producten geacht geen deel uit te maken van de EER; deze producten worden uitsluitend als van oorsprong uit de EER beschouwd indien zij geheel en al verkregen zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partijen of indien ze aldaar een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan (2).
- 3.
Niettegenstaande de definitie van het begrip “gebieden” in aanhangsel I van de conventie omvat “gebieden” het grondgebied, de binnenwateren en de territoriale zee van de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst waarop de EER-overeenkomst van toepassing is.
- 4.
Met het oog op de toepassing van de EER-overeenkomst heeft de term “EER” geen betrekking op Ceuta en Melilla. Voor de toepassing van Protocol nr. 49 bij de EER-overeenkomst betreffende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla is dit protocol van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de bijzondere voorwaarden van bijlage V bij de conventie.
Artikel 3. Aanvullende cumulatiebepalingen
- 1.
De partijen komen overeen de toepassing van artikel 7, lid 3, van de conventie over de invoer van producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 vallen, te verlengen.
- 2.
De partijen bij de EER-overeenkomst komen overeen af te zien van de eis om in het bewijs van oorsprong de in artikel 8, lid 3, van de conventie bedoelde vermelding “CUMULATION APPLIED WITH (naam van het land/de landen in het Engels)” op te nemen.
De gemeenschappelijke verklaringen, aanhangsels en bijlagen bij dit protocol zijn niet opgenomen.