Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/260
Gebruik van politieverklaring van verdachte zonder bijstand raadsman en van verklaring medeverdachte die de verdediging niet heeft kunnen horen, niet in strijd met eerlijk proces.
HR 04-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:181
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02608
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:181, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1262, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑10‑2022
- Wetingang
Essentie
Gebruik politieverklaring van verdachte zonder bijstand van een raadsman en gebruik van politieverklaring van een medeverdachte die de verdediging niet heeft kunnen horen, gelet op de motivering van dit gebruik door het hof niet in strijd met het recht op een eerlijk proces.
Samenvatting
- 1.
De bewezenverklaring van oplichting steunt onder meer op de verklaring van verdachte, die uitsluitend inhoudt wat zijn telefoonnummer is. Deze verklaring is afgelegd in een politieverhoor zonder bijstand van een raadsman, terwijl verdachte geen afstand had gedaan van het recht op verhoorbijstand en niet is gebleken van een dwingende reden verdachte in dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.