Transparante en eerlijke verdeling van schaarse besluiten
Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/12.4.5:12.4.5 Conclusie
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/12.4.5
12.4.5 Conclusie
Documentgegevens:
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het voorgaande kan de vraag worden beantwoord wat de reikwijdte is van de door het Hof van Justitie geïntroduceerde transparantieverplichting. De Unierechtelijke transparantieverplichting moet blijkens jurisprudentie van het Hof van Justitie in acht worden genomen bij (i) het verstrekken van een opdracht die valt binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2004/18/eg; (ii) het verlenen van een concessie voor diensten; (iii) IIB-diensten; (iv) het verstrekken van een opdracht die de drempelwaarden van Richtlijn 2004/18/eg niet overschrijdt; (v) het verlenen van een vergunning aan een of enkele ondernemers ’aangezien de gevolgen van een dergelijke vergunning jegens in andere lidstaten gevestigde ondernemingen, die mogelijk geïnteresseerd zouden zijn in het verrichten van deze activiteit, dezelfde zijn als die van een concessieovereenkomst voor diensten’; en (vi) Europese subsidies.
Daarnaast heb ik bij het beantwoorden van deze deelvraag bijzondere aandacht gevraagd voor de begrippen ’opdracht’ en ’concessie’. Het Hof van Justitie beoordeelt namelijk zelf of aan deze begripsomschrijvingen is voldaan, los van de nationale kwalificatie van een overeenkomst of besluit. Dit is echter voor de toepassing van de transparantieverplichting niet van belang, omdat bij zowel opdrachten als concessies aan de transparantieverplichting moet worden voldaan.
Ten slotte heb ik ervoor gepleit om de transparantieverplichting ook toe te passen bij zuiver interne situaties. Daarbij kan gedacht worden aan schaarse vergunning- en ontheffingverlening, subsidieverstrekking en bepaalde omgevingsrechtelijke rechtsfiguren.