RBP 2020/34
Ambtshalve toetsing. Moet de rechter ambtshalve nagaan of de kredietwaardigheid van de consument door de kredietverstrekker precontractueel is beoordeeld?
HvJ EU 05-03-2020, ECLI:EU:C:2020:167 (OPR-Finance)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
5 maart 2020
- Magistraten
A. Arabadjiev, T. von Danwitz, A. Kumin
- Zaaknummer
C-679/18
- Roepnaam
OPR-Finance
- JCDI
JCDI:ADS200026:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
EU-recht / Rechtsbescherming
EU-recht (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2020:167, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 05‑03‑2020
Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 14‑11‑2019
- Wetingang
Essentie
Prejudiciële vraag. Ambtshalve toetsing. Kredietwaardigheid.
Moet de rechter ambtshalve nagaan of de kredietwaardigheid van de consument door de kredietverstrekker precontractueel is beoordeeld?
Samenvatting
De Tsjechische vennootschap OPR-Finance verstrekt een doorlopend krediet van € 192 aan een Tsjechische consument. Vóór het tot stand komen van de kredietovereenkomst heeft OPR niet de kredietwaardigheid van de consument beoordeeld. De consument betaalt de verschuldigde krediettermijnen niet terug. OPR vordert vervolgens voor de Tsjechische rechter het uitstaande krediet op. In die procedure roept de consument niet de nietigheid van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.