RSV 2019/245
Vaststelling toepasselijke wetgeving – zeevarende werkzaam onder de vlag van een derde staat – algehele restbepaling
HvJ EU 08-05-2019, ECLI:EU:C:2019:381, m.nt. M.C.F.M. Mollee onder 2019/246 (Inspecteur van de Belastingdienst)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
8 mei 2019
- Magistraten
Mrs. A. Prechal, F. Biltgen, J. Malenovský, C.G. Fernlund, L.S. Rossi
- Zaaknummer
C-631/17
- Noot
M.C.F.M. Mollee onder RSV 2019/246
- Roepnaam
Inspecteur van de Belastingdienst
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS94879:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid / Premieheffing
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2019:381, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 08‑05‑2019
ECLI:EU:C:2019:10, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 10‑01‑2019
- Wetingang
Art. 11 lid 3 onder e Verordening (EG) 883/2004
Essentie
Vaststelling toepasselijke wetgeving – zeevarende werkzaam onder de vlag van een derde staat – algehele restbepaling
Samenvatting
Betrokkene is een Lets staatsburger die in Letland woont en voor een in Nederland gevestigde onderneming als steward werkzaam is op een onder de vlag van de Bahama's varend schip. Betrokkene is opgekomen tegen de heffing van volksverzekeringspremies omdat hij van mening is niet onder het Nederlands stelsel te vallen. In de beroepsprocedure heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld (RSV 2017/138), die op zijn beurt een prejudiciële beslissing aan het Hof van Justitie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.