Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.3.2.4
15.3.2.4 Handelt de wederpartij van de consument bedrijft- of beroepsmatig?
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413195:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 11 juli 2002, zaak C-96/00, Gabriel, Jur. 2002, p. 1-6367, NJ 2005, 169, r.o. 39; HvJ EG 20 januari 2005, zaak C-27/02, Engler/Janus Versand, Jur. 2005, p. 1-481, NJ 2006, 389, r.o. 34; Rb. Rotterdam 20 mei 1999, NIPR 1999, 299 lijkt dat in haar vonnis over het hoofd te hebben gezien.
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 189; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 226 en AG Capotorti voor HvJ EG 21 juni 1978, zaak 150/77, Bertrand/Ott, Jur. 1978, p. 1431, NJ 1979, 115, par. 3; Rb. Assen 17 maart 2004, NIPR 2004, 371.
Rapport Schlosser, PbEG, p. 59/117.
Hoewel art. 15 EEX-V°/13 Verdrag dat niet met zoveel woorden bepaalt, is de ratio van Afdeling 4 dat de wederpartij van de consument bedrijfs- of beroepsmatig handelt.1 Slechts dan bestaat een 'onbalans' tussen partijen en is bescherming van de zwakkere partij nodig.2 Blijkens het Rapport Schlosser3 is de strekking van Afdeling 4 de bescherming van de consument tegen 'ongepaste bepalingen' in overeenkomsten die bedrijfs- of beroepsmatige wederpartijen bedingen in een overeenkomst.