NJ 2024/274
Zware mishandeling door vuistslag op het linkeroog. Falende klacht over bewijs voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel.
HR 14-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:661, m.nt. H.D. Wolswijk
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 mei 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, M. Kuijer
- Zaaknummer
22/03658
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Noot
H.D. Wolswijk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS981121:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:661, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:234, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑04‑2023
- Wetingang
Art. 302 Sr
Essentie
Zware mishandeling door vuistslag op het linkeroog. Het hof heeft het bewijs van het voorwaardelijk opzet mede doen steunen op de algemene ervaringsregel dat het hoofd een uiterst kwetsbaar lichaamsdeel is. De klacht over het bewijs van het voorwaardelijk opzet faalt. Het oordeel van het hof getuigt volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. CAG luidt anders en strekt tot vernietiging.
Samenvatting
Uit de bewijsvoering volgt dat de verdachte de aangever een op diens linkeroog gerichte harde vuistslag heeft gegeven, met zodanige kracht dat de aangever zich nog net staande kon houden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.